De vrouw kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank waarin stond dat partijen een affectieve relatie hadden gehad waaruit hun minderjarige kind is geboren. Zij verzocht het hof deze feitelijke weergave te wijzigen omdat het kind via ivf is verwekt na beëindiging van de relatie en er geen causaal verband was tussen de relatie en geboorte.
De man voerde verweer en stelde dat de vrouw geen belang had bij haar grief omdat de overweging niet dragend was voor de beslissing. Het hof oordeelde dat de formulering inderdaad niet bepalend was voor het dictum en dat een aanpassing geen andere uitkomst zou geven.
Daarom verklaarde het hof de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wijziging van de feitelijke weergave. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.