Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/302112 / KG ZA 22-61)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met één productie;
- een akte uitlating van [geïntimeerde] van 26 juli 2022;
- een akte uitlating van [appellanten] van 26 juli 2022;
- de memorie van grieven van [appellanten] van 6 september 2022, waarbij zij hun eis hebben gewijzigd;
- een formulier H16 van [appellanten] van 19 september 2022 met verzoek een nadere akte te mogen nemen;
- een akte aanvulling memorie van grieven van [appellanten] van 4 oktober 2022 met twee bijlagen, waarbij [appellanten] hun eis wederom hebben gewijzigd;
- een antwoordakte van [geïntimeerde] van 18 oktober 2022;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] van 1 november 2022 met één productie.
3.De beoordeling
grief Ibeogen [appellanten] , blijkens de daarop gegeven toelichting, het geschil in volle omvang aan het hof voor te leggen. Het hof zal echter slechts geschilpunten beoordelen die door middel van een – ook voor [geïntimeerde] als zodanig herkenbare – grief aan het hof zijn voorgelegd. Het hof gaat om die reden voorbij aan grief 1 en de daarop gegeven toelichting. Hierin worden geen duidelijke, als zodanig kenbare bezwaren tegen het bestreden vonnis aangevoerd.
grief IVa. Deze grief faalt bij gebrek aan belang. Na wijziging van eis vorderen [appellanten] immers niet langer de afgifte van of inzage in deze concrete bescheiden.