Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[de vader], verblijvende in China (hierna te noemen: de vader).
[gezinshuis], gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente [gemeente] (hierna te noemen: gezinshuis).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Deze zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige zoon. De moeder betwist dat de uithuisplaatsing nog noodzakelijk is en stelt dat zij zelf in staat is haar zoon op te voeden met passende ondersteuning. De gecertificeerde instelling (GI) stelt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk blijft vanwege ernstige ontwikkelingsbedreiging en het ontbreken van voldoende opvoedvaardigheden bij de moeder.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de vader en het gezinshuis niet aanwezig waren, terwijl de minderjarige zelf zijn mening heeft kunnen geven. Het hof heeft ook kennisgenomen van diverse stukken, waaronder een perspectiefonderzoek en een e-mail van de school. Uit het onderzoek blijkt dat de minderjarige sinds de plaatsing in het gezinshuis positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt, terwijl in de thuissituatie sprake was van onderstimulering en onvoldoende grenzen.
Het hof overweegt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. Op grond van de wet kan de machtiging tot uithuisplaatsing worden verlengd indien dit noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Gelet op de ernstige ontwikkelingsbedreiging, het ontbreken van voldoende opvoedvaardigheden bij de moeder, en het positieve effect van de plaatsing in het gezinshuis, acht het hof de verlenging van de machtiging noodzakelijk. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 20 februari 2024.