In hoger beroep heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de rechtbank Limburg vernietigd en verdachte vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde valsheid in geschrifte. De tenlastelegging betrof het vervalsen en gebruiken van handgeschreven lijsten die dienden om gelden uit het Midden-Oosten voor de bouw van een nieuwe moskee te verbergen.
De officier van justitie stelde dat verdachte wist van de valsheid en opzettelijk de lijsten gebruikte, terwijl de verdediging betoogde dat verdachte niet betrokken was bij het vervalsen en niet wist dat de lijsten vals waren. Het hof oordeelde dat het dossier en het onderzoek onvoldoende bewijs bevatten om vast te stellen dat verdachte de lijsten heeft vervalst of wist van hun valsheid.
Het hof constateerde dat er meerdere versies van documenten en lijsten waren, zowel digitaal als hardcopy, met verschillen tussen de handgeschreven lijsten en andere administratieve overzichten. Hierdoor kon niet worden vastgesteld welke lijsten de juiste ontvangsten weergeven. Gezien deze onzekerheid sprak het hof verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten.
Het hoger beroep was niet-ontvankelijk voor andere feiten wegens gebrek aan strafvorderlijk belang. Over het conservatoir beslag op inbeslaggenomen goederen nam het hof geen beslissing. Het arrest werd op 10 augustus 2023 uitgesproken door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch.