Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats]. Hierna te noemen: [minderjarige].
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak gaat het om de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die bij haar vader woont, terwijl het gezag bij de moeder berust. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Limburg die de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing bij de vader verlengde tot 9 maart 2024.
De moeder voert aan dat de gecertificeerde instelling (GI) onvoldoende invulling geeft aan de ondertoezichtstelling, dat zij als gezagsouder niet wordt geïnformeerd over haar kind en dat de GI niet voldoet aan de opdracht tot contactherstel. Daarnaast stelt zij dat de vader onvoldoende stabiliteit biedt en dat de minderjarige te veel verantwoordelijkheden draagt, wat haar ontwikkeling bedreigt.
De GI stelt dat er sprake is van een ontwikkelingsbedreiging doordat de minderjarige niet naar school gaat, maar inmiddels een nieuwe opleiding is gestart. De GI respecteert de wens van de minderjarige om geen contact met de moeder te hebben en acht het verblijf bij de vader passend en veilig. Het hof stelt vast dat aan de wettelijke vereisten voor verlenging van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing is voldaan. Het verblijf bij de vader is adequaat en de moeder is momenteel niet in staat om de minderjarige de benodigde zorg te bieden.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst het beroep van de moeder af. De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing worden verlengd om de ontwikkelingsbedreigingen weg te nemen en de continuïteit van de plaatsing bij de vader te waarborgen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing bij de vader tot 9 maart 2024.