ECLI:NL:GHSHE:2023:2657
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verlenging uithuisplaatsing minderjarige niet in strijd met artikel 6 EVRM
Deze zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de uithuisplaatsing van haar minderjarige kind, geboren in 2017, door de gecertificeerde instelling (GI). De moeder voert aan dat zij niet is gehoord in eerste aanleg, wat een schending van artikel 6 EVRM Pro zou opleveren, en verzoekt om een deskundigenonderzoek.
De rechtbank Limburg had de uithuisplaatsing en ondertoezichtstelling reeds verlengd tot 11 mei 2024. Het hof overweegt dat de moeder weliswaar was opgeroepen, maar niet is verschenen bij de mondelinge behandeling, en dat er geen verplichting bestond voor de rechtbank om contact op te nemen met haar advocaat. Daarom is geen schending van artikel 6 EVRM Pro vastgesteld.
Verder blijkt uit evaluaties en rapportages dat de minderjarige zich goed ontwikkelt in het netwerkpleeggezin van de tante, terwijl de moeder psychische problemen vertoont die het contact en de opvoedingssituatie bemoeilijken. Het lopende onderzoek naar de psychische gesteldheid van de moeder maakt het verzoek tot deskundigenonderzoek prematuur.
Het hof bekrachtigt de verlenging van de uithuisplaatsing en wijst het verzoek tot deskundigenonderzoek af, omdat het belang van het kind en de lopende onderzoeken dit niet rechtvaardigen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de uithuisplaatsing tot 11 mei 2024 en wijst het verzoek tot deskundigenonderzoek af.