ECLI:NL:GHSHE:2023:2808

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
9 augustus 2023
Publicatiedatum
1 september 2023
Zaaknummer
20-000305-21
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 lid 5 Wegenverkeerswet 1994Art. 107 lid 1 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens overtreding van artikel 8 lid 5 Wegenverkeerswet 1994 na verkeersongeval met rijden onder invloed

In hoger beroep is het vonnis van de politierechter bevestigd, waarbij de verdachte werd veroordeeld voor overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en overtreding van artikel 107 lid 1 van Pro dezelfde wet. De verdachte kreeg een gevangenisstraf van twee weken en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor twaalf maanden opgelegd, evenals een taakstraf van 30 uur subsidiair 15 dagen hechtenis.

Het hof heeft de bewijsvoering geactualiseerd en verbeterd, waarbij verschillende getuigenverklaringen en verbalisantenrapporten zijn betrokken. De verklaringen bevestigen dat de verdachte de bestuurder was tijdens het ongeval op 1 januari 2020 op de A59 nabij Oosterhout, waarbij hij letsel opliep en onder invloed van alcohol en cannabis verkeerde.

De bloedanalyse toonde een alcoholgehalte van 0,47 mg/ml en een THC-gehalte van 20 microgram per liter aan, wat de overtreding van de Wegenverkeerswet bevestigt. Het hof vernietigde het vonnis slechts voor wat betreft de kwalificatie van het bewezenverklaarde en stelde deze bij, terwijl het overige vonnis werd bevestigd. De strafrechtelijke aansprakelijkheid van de verdachte blijft onverminderd van kracht.

Uitkomst: Het hof bevestigt de straf van twee weken gevangenisstraf en twaalf maanden ontzegging rijbevoegdheid, met aanpassing van de kwalificatie van het bewezenverklaarde.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000305-21
Uitspraak : 9 augustus 2023
VERSTEK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 8 februari 2021, in de strafzaak met parketnummer 02-116439-20 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘overtreding van artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994’ (feit 1 primair) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden en ter zake van ‘overtreding van het bepaalde in artikel 107 lid 1 Wegenverkeerswet Pro 1994’ (feit 2) is de verdachte veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uur subsidiair 15 dagen hechtenis.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter zal bevestigen, met uitzondering van de opgelegde straf en opnieuw rechtdoende, de verdachte ter zake van feit 1 primair zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken en een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden. Ter zake van feit 2 is gevorderd de verdachte te veroordelen tot twee weken hechtenis.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het bestreden vonnis, met aanvulling en verbetering van de gronden waarop dit berust en met uitzondering van de kwalificatie van het bewezenverklaarde onder 1. In zoverre zal het vonnis waarvan beroep worden vernietigd.
Aanvulling en verbetering van de bewijsmiddelen
De bewijsvoering behoeft aanvulling en verbetering. Omwille van de leesbaarheid worden de door de politierechter gebruikte bewijsmiddelen geheel vervangen. De bewezenverklaring komt te berusten op de navolgende bewijsmiddelen [1] :
1.
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 1 januari 2020 met proces-verbaalnummer PL2000-2020000315-9 (2 pagina’s), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 1] :
(blad 1)
Ik was samen met mijn vriend [verdachte] (
het hof begrijpt:[verdachte] ) [verdachte] uit geweest in Zeist. Mijn vriend (
het hof begrijpt hier en hierna: verdachte) gaf aan dat hij wilde gaan rijden. Wij hadden net getankt en reden de snelweg op. Het was een groot Esso tankstation. Ik hoorde opeens een harde knal. Er kwam een vrouw ons helpen en samen hebben wij mijn vriend uit de auto gekregen. Ik weet wel zeker dat hij gereden heeft en niet ik.
2.
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 1 januari 2020 met proces-verbaalnummer PL2000-2020000315-3 (2 pagina’s), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 2] :
(blad 1)
Op woensdagochtend 1 januari 2020, omstreeks 03.05 uur, zat ik in een auto die werd bestuurd door mijn man [getuige 3] . Wij reden over de autosnelweg A59 vanuit de richting Hooipolder in de richting Zonzeel. Mijn man zei ineens dat er een auto de berm in reed. Ik zag dat de auto over de kop sloeg en in de sloot terecht kwam. Mijn man is meteen op de vluchtstrook gestopt en wij zijn samen naar de auto gelopen.
Ik zag in de auto twee mannen zitten. De man achter het stuur bewoog niet, hij lag met zijn hoofd achterover en ik zag dat hij hoofdletsel had. Ik dacht even dat hij dood was. De man ernaast bewoog wel en sprak ook. Ik zag dat hij begon te slaan naar en te trekken aan de bestuurder.
(blad 2)
Het is niet mogelijk dat zij voordat de politie bij de auto was van plek zijn gewisseld, omdat de man achter het stuur bewusteloos was en bovendien de auto schuin in de sloot lag.
3.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 mei 2020 met proces-verbaalnummer PL2000-2020000315-16 (2 pagina’s), in aanvulling op het eindproces-verbaal, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
(blad 1)
De getuige gaf op te zijn genaamd:
[getuige 3]
(het hof begrijpt ‘ [getuige 3] ’ de man van getuige [getuige 2] ).
Ik hoorde dat [getuige 3] mij het volgende verklaarde omtrent de aanrijding op 1 januari 2020.
Ik zag dat er twee mensen in de auto zaten. Eentje achter het stuur en eentje op de bijrijdersstoel. Ik zag dat de bestuurder veel bloed aan zijn gezicht had. Ik weet zeker dat degene die het meeste bloed aan zijn gezicht had, de bestuurder was.
4.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 januari 2020 met proces-verbaalnummer PL2000-2020000315-7 (2 pagina’s), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
(blad 1)
Ik, verbalisant [verbalisant 1] , zag dat [verdachte] letsel had aan zijn gezicht.
(blad 2)
Ik, verbalisant [verbalisant 2] , ben naar genoemde personenauto gegaan. Ik zag dat de airbags uitgegaan waren. Op de air-bag van de bestuurder zag ik dat bloed zat.
5.
Het proces-verbaal rijden onder invloed d.d. 4 februari 2020met
proces-verbaalnummer PL2000-2020000315-8 (3 pagina’s), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
(blad 1)
Op woensdag 1 januari 2020 om 03:17 uur kreeg ik kennis van een verkeersongeval op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de A59 ter hoogte van hectometerpaal 97.0 linker rijbaan, Oosterhout Nb, binnen de gemeente Oosterhout.
Ter controle op de naleving van de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 gestelde
voorschriften werd een onderzoek ingesteld.
Daaruit bleek, dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een voertuig
personenauto, kenteken [kenteken] , bij dat verkeersongeval betrokken was.
De verdachte, genaamd:
(blad 2)
Achternaam : [verdachte]
Voornamen : [verdachte]
Geboren : [geboortedag] 1996
Geboorteplaats : [geboorteplaats] in Nederland.
De verdachte werd bloed afgenomen.
Ik heb de bloedmonsters gewaarmerkt, direct verpakt en verzegeld, alsmede het bloedafnameformulier voorzien van een genummerde en op naam gestelde SIN-sticker "Analyse" met het nummer TABB4410NL.
De corresponderende Sporen Identificatie Nummers (SIN-stickers) zijn op dit
proces-verbaal aangebracht.
(blad 1)
SIN-stickers:
Analyse TABB4410NL
Naam: [verdachte]
6.
Het rapport van het bloedonderzoek van Eurofins Forensics d.d. 16 januari 2020, zaaknummer F.NFI.20.00004, opgesteld door Dr. [toxicoloog] , toxicoloog (4 pagina’s), voor zover inhoudende als relaas van de rapporteur:
(blad 1)
Naam bloedgever [verdachte]
BVH 2020000315
(blad 2)
Aangewezen stof
Meetbare stof
Grenswaarde indien in combinatie gebruikt
Eindresultaat in bloed met TaBB4410
Rapportage eenheid
Alcohol
Ethanol
0,20
0,47
Milligram per milliliter
Cannabis
THC
1
20
Microgram per liter
7.
Een schriftelijk bescheid, betreffende een uitdraai van bevraging van het RDW-register d.d. 14 januari 2020, voor zover inhoudende:
Identiteit: [verdachte] ( [verdachte] )
Geboren: [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats]
Rijbewijs: Geen registratie in CRB
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder feit 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

BESLISSING

Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep, doch uitsluitend ten aanzien van de kwalificatie van het bewezenverklaarde onder 1 en doet in zoverre opnieuw recht:
kwalificeert het bewezenverklaarde onder 1 als hiervoor vermeld;
bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. G.J. Schiffers, voorzitter,
mr. N.I.B.M. Buljevic en mr. M.J. Grapperhaus, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. C.M. Jutte, griffier,
en op 9 augustus 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. G.J. Schiffers is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Hierna wordt, tenzij anders vermeld, verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie, Eenheid Zeeland-West-Brabant, Dienst Regionale Operationele Samenwerking, Afdeling Infrastructuur, Team Verkeer, registratienummer PL2000-2020000315-1, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal en daarin gerelateerde bijlagen, alsmede geschriften. Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.