ECLI:NL:GHSHE:2023:2849
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing minderjarige in gezinshuis na onveilige thuissituatie
De zaak betreft een minderjarige geboren in 2014, die sinds oktober 2021 onder toezicht staat van een gecertificeerde instelling (GI). De moeder, die het ouderlijk gezag uitoefent, is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking tot uithuisplaatsing van de minderjarige in een voorziening voor pleegzorg of een gezinshuis.
De moeder stelt dat zij gestabiliseerd is en in staat is voor de minderjarige te zorgen, en dat de uithuisplaatsing onnodig is. Zij verzoekt om afwijzing van de machtiging of een beperkte duur. De GI en de Raad voor de Kinderbescherming voeren aan dat de zorgen over de opvoedomgeving bij de moeder onverminderd aanwezig zijn, onder meer vanwege haar psychische problematiek, impulsiviteit en het feit dat de moeder de minderjarige blootstelt aan conflicten met de vader.
Het hof overweegt dat de situatie onveilig is gebleken, mede door een incident in Parijs en de daaropvolgende crisismachtiging. De moeder weigert contact tussen de minderjarige en de vader, wat niet in het belang van het kind is. Het hof acht het noodzakelijk dat de uithuisplaatsing wordt voortgezet tot het perspectiefonderzoek is afgerond, om stabiliteit en veiligheid te waarborgen.
Daarom wordt het beroep van de moeder afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd, waarbij de machtiging tot uithuisplaatsing geldt tot 15 oktober 2023.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd en blijft van kracht tot 15 oktober 2023.