De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank over de omgangsregeling met haar minderjarige kind, dat onder toezicht staat van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (GI). De moeder verzocht om een omgangsregeling van minimaal eenmaal per week vier uur op een neutrale locatie, met uitzicht op een weekendregeling.
De GI en de rechtbank stelden een beperktere omgangsregeling vast van twee uur per week onder begeleiding op of nabij het terrein van een zorginstantie, vanwege de emotionele en praktische omstandigheden van het kind. Het kind heeft een complexe voorgeschiedenis met meerdere uithuisplaatsingen en wisselingen van opvoedingsomgeving, en bevindt zich momenteel in een gezinshuis.
Het hof oordeelt dat het belang van het kind vraagt om rust en stabiliteit, en dat de huidige regeling het beste aansluit bij die behoefte. Uitbreiding van de omgangsduur is op dit moment niet in het belang van het kind. De omgang vindt plaats onder begeleiding om het contact onbelast te houden en het kind te beschermen tegen loyaliteitsconflicten en emotionele belasting.
Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en stelt een contactregeling vast van twee uur per week onder begeleiding, met de mogelijkheid tot uitbreiding onder regie van de GI. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.