In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant is de verdachte vrijgesproken van enkele bedreigingen, maar voor de overige bewezenverklaarde feiten niet strafbaar verklaard wegens ontoerekeningsvatbaarheid. De rechtbank legde een maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege op.
De verdediging verzocht in hoger beroep om aanhouding van de zaak voor aanvullende psychiatrische rapportage, stellende dat de gewijzigde geestestoestand van de verdachte een terbeschikkingstelling met voorwaarden rechtvaardigt in plaats van met verpleging. Het hof overwoog dat ondanks vermindering van psychotische symptomen, de verdachte nog steeds ernstige problematiek kent zoals borderline persoonlijkheidsstoornis, cannabisverslaving, PTSS, ADHD en zwakbegaafdheid, en dat eerdere ambulante behandelingen onvoldoende effect hadden.
Het hof concludeerde dat de maatregel met verpleging passend blijft ter bescherming van de maatschappij en de verdachte zelf. Het verzoek tot aanvullende rapportage werd afgewezen. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk voor zover het zich richtte tegen de vrijspraak en bevestigde het vonnis voor het overige.
De benadeelde partij die niet-ontvankelijk was verklaard in haar schadevordering, had deze vordering in hoger beroep niet gehandhaafd, zodat dit niet aan het hof werd voorgelegd. De uitspraak werd op 31 augustus 2023 door het hof 's-Hertogenbosch gewezen.