Verdachte werd door de rechtbank Limburg veroordeeld voor het opzettelijk telen van hennep en diefstal, met een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een taakstraf van 220 uur. De rechtbank wees de vordering tot kostenverhaal voor de vernietiging van de hennepstekkerij af wegens onvoldoende onderbouwing.
In hoger beroep bevestigde het hof de strafoplegging, waarbij het belang van de ernst van het feit en de preventieve werking van de straf werd benadrukt. De persoonlijke omstandigheden en gezondheid van verdachte gaven geen aanleiding tot een andere straf.
Het hof oordeelde dat de nieuwe onderbouwing van de officier van justitie voor de kostenverhaal voldoende was en legde verdachte de verplichting op tot betaling van €367,72 aan de Staat. Tevens werd de duur van de gijzeling vastgesteld op zeven dagen, conform wettelijke richtlijnen.
De overige onderdelen van het vonnis van de rechtbank werden bevestigd. Het arrest werd uitgesproken door het hof 's-Hertogenbosch op 31 augustus 2023.