ECLI:NL:GHSHE:2023:2910

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
4 september 2023
Publicatiedatum
11 september 2023
Zaaknummer
20-001568-22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Wet wapens en munitieArt. 2 onder C OpiumwetArt. 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken van grieven in zaak wapens en drugs

In deze strafzaak was verdachte veroordeeld voor het handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet. Tegen dit vonnis van de politierechter was hoger beroep ingesteld.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat verdachte geen schriftelijke grieven heeft ingediend en ook mondeling geen bezwaren heeft geuit tegen het vonnis. De advocaat-generaal heeft daarop gevorderd dat het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Het hof heeft dit verzoek gevolgd en op basis van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Hierdoor blijft het vonnis van de politierechter in stand en wordt het hoger beroep niet inhoudelijk behandeld.

Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van grieven.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001568-22
Uitspraak : 4 september 2023
VERSTEK (onip)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 8 juli 2022, in de strafzaak met parketnummer 02-072183-22 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,
wonende te [woonplaats] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie’ (feit 1) en ‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod’ (feit 2) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts zijn de onder de verdachte inbeslaggenomen voorwerpen onttrokken aan het verkeer.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het hof is van oordeel dat het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling (of via een gemachtigd advocaat) bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven en het hof niet van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden. Daarom zal het hof toepassing geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.

BESLISSING

Het hof:
verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door:
mr. C.M. Hilverda, voorzitter,
mr. S.V. Pelsser en mr. F. van Es, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. M. Peperkamp, griffier,
en op 4 september 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.