Uitspraak
5.Het verdere geding in hoger beroep
- het proces-verbaal van de op 20 februari 2023 gehouden mondelinge behandeling, waar de zaak naar de rol is verwezen voor opgave verhinderdata voor een vervolgzitting;
- het H16-bericht dat (de advocaat van) [appellant] geen zitting wil;
- de memorie van grieven van [appellant] , met producties;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] , met producties.
6.De beoordeling
- de primair onder 1 gevorderde informatie door [appellant] is verstrekt, zodat vordering 1 bij gebrek aan belang niet toewijsbaar is (rov. 4.7);
- vordering 2 toewijsbaar is omdat het door [appellant] gevoerde bevrijdende verweer dat het Paard op 3 april 2021 is overleden, onvoldoende aannemelijk is geworden (rov. 4.8 tot en met 4.13);
- door de toewijzing van de primaire vordering 2, de subsidiaire vordering 3 geen bespreking meer behoeft (rov. 4.16).
- [geïntimeerde] in haar vorderingen niet-ontvankelijk zal verklaren, althans de vorderingen van [geïntimeerde] (alsnog) zal afwijzen,
- [geïntimeerde] zal veroordelen tot terugbetaling van wat [appellant] ter uitvoering van het beroepen vonnis heeft betaald, met wettelijke rente;
- [geïntimeerde] zal veroordelen in de proceskosten van de eerste aanleg en het beroep, met nakosten en wettelijke rente;
- gelijktijdig met het arrest een certificaat zal afgeven als bedoeld in artikel 54 EVEX Pro II (Verdrag van Lugano).
vermeldingwelke verweren gedaagde eerder heeft gevoerd en welke gronden gedaagde daarvoor eerder heeft aangevoerd, maar ook dat die verplichting alleen geldt voor de (hier al vóór het executiegeding uitgebrachte) dagvaarding in eerste aanleg en niet voor de dagvaarding in dit beroep (artikel 343 Rv Pro).
bijlage V (https://new.navigator.nl/openCitation/idb4b4010057f5f1e69352b90867fd1057)bij dit verdrag.”
4.De uitspraak
- [appellant] op verbeurte van een dwangsom is veroordeeld tot afgifte van het Paard ( [het paard] ) en het paardenpaspoort bij de stal van [persoon B] in [vestigingsplaats] (Duitsland) (dicta 5.1 en 5.2);
- [appellant] is veroordeeld in de proceskosten, met nakosten en wettelijke rente (dicta 5.3 en 5.4);