ECLI:NL:GHSHE:2023:330
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte en Openbaar Ministerie in milieuovertredingszaak na ontbinding rechtspersoon
In deze strafzaak stond de verdachte, een rechtspersoon, terecht voor meerdere milieuovertredingen. De rechtbank sprak verdachte vrij van het eerste feit en veroordeelde hem voor medeplegen van overtredingen van de Wet milieubeheer, Wet bodembescherming en het handelen in strijd met een voorlopige maatregel. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding.
In hoger beroep stelde de verdachte zich niet-ontvankelijk voor het eerste feit omdat hoger beroep tegen vrijspraak niet openstaat. Het hof bevestigde dit en verklaarde het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk voor dat deel. Vervolgens bleek uit het handelsregister dat de verdachte rechtspersoon was ontbonden en niet meer bestond, met bedrijfsactiviteiten overgegaan op een andere inmiddels failliete B.V.
Het hof oordeelde dat het recht op strafvordering tegen de ontbonden rechtspersoon was vervallen, waardoor het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk was in vervolging voor de overige feiten. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren. De benadeelde partij handhaafde haar vordering niet in hoger beroep, waardoor deze niet aan het hof werd voorgelegd.
Uitkomst: Het hof verklaart verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen vrijspraak en het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in vervolging wegens ontbinding van de rechtspersoon.