ECLI:NL:GHSHE:2023:3340
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdverblijfplaats minderjarige bij vader in familierechtelijke procedure
In deze civiele familierechtelijke procedure staat het hoofdverblijf van een minderjarige centraal na beëindiging van de relatie tussen de ouders. De moeder vertrok met het kind naar Polen, terwijl de vader en het kind in Nederland verbleven. De rechtbank had reeds het hoofdverblijf bij de vader vastgesteld en de moeder kwam hiertegen in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. De moeder trok haar verzoek tot schorsing in en werd niet-ontvankelijk verklaard in haar zelfstandig verzoek tot wijziging van het hoofdverblijf en zorgregeling, omdat deze verzoeken niet voor het eerst in hoger beroep kunnen worden ingediend.
De inhoudelijke beoordeling richt zich op het verzoek van de vader om het hoofdverblijf bij hem te laten. Het hof stelt vast dat het kind inmiddels gewend is aan zijn huidige gezinssituatie bij de vader, die een stabiele en veilige omgeving biedt. De moeder heeft het contact met het kind belemmerd en geprobeerd het kind onttrekken aan het gezag van de vader, wat het hof zwaar laat meewegen.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseert de beschikking van de rechtbank te handhaven, mede gezien het belang van het kind bij continuïteit en stabiliteit. Het hof volgt dit advies en bekrachtigt de beschikking, waarbij het belang van het kind voorop staat. De moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoeken en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het hoofdverblijf bij de vader en verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoeken tot wijziging en zorgregeling.