Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 12 juli 2022, waarbij het hof is teruggekomen op de verleende akte van niet-dienen en heeft verstaan dat de memorie van grieven (met producties) is genomen;
- de memorie van antwoord, tevens houdende bezwaar tegen eiswijziging, met een productie;
- de nadere akte van [appellant] , houdende een reactie op het bezwaar tegen eiswijziging;
- het H16-formulier van [geïntimeerde] waarmee zij heeft laten weten af te zien van een antwoordakte.
6.De verdere beoordeling
[geïntimeerde] ’s aandeel in de vennootschap onder firma (vof) per ultimo 2016 (€ 45.542,-), dat aandeel al dan niet wilde overnemen. In rechtsoverweging 2.9 van dat vonnis heeft de rechtbank overwogen:
“De rechtbank ziet, in tegenstelling tot hetgeen blijkt uit voornoemde balans, geen reden om bij de bepaling van de waarde van het aandeel van erflater het bedrag aan stille reserves in aanmerking te nemen, anders dan voor de berekening van de fiscale claim.”
[appellant] niet heeft gesteld en evenmin is gebleken dat [geïntimeerde] niet bereid zou zijn om verdere medewerking te verlenen aan uitkering van het depot onder de notaris conform het bepaalde in dit arrest.