In hoger beroep is de verdachte veroordeeld voor medeplegen van schuldwitwassen in de periode 2013-2015 te Tilburg, waarbij contante bedragen van in totaal circa 21.449 euro zijn voorhanden gehad en omgezet, waarvan verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat deze uit misdrijf afkomstig waren.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de rechtbank en kwam tot een lagere bewezenverklaring dan aanvankelijk ten laste gelegd. De bewijsvoering berustte op financiële gegevens van belastingdienst en banken, kasopstellingen en Nibud-normen, waaruit een onverklaarbaar contant vermogen bleek. De verdachte gaf een ongeloofwaardige verklaring over de herkomst van het geld.
De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis. Het hof hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, het lange tijdsverloop en de overschrijding van de redelijke termijn in zowel eerste aanleg als hoger beroep.
De strafrechtelijke kwalificatie is medeplegen van schuldwitwassen, waarbij het hof het bewezenverklaarde strafbaar achtte en de verdachte strafbaar verklaarde. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het hof 's-Hertogenbosch op 29 juni 2023.