ECLI:NL:GHSHE:2023:3458
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige in pleeggezin
Deze zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van zijn kind, [minderjarige 1], die sinds kort na geboorte in een pleeggezin woont. De vader wenst dat het kind bij zijn oom en tante gaat wonen, waar ook zijn zusje verblijft, vanwege familiebanden, cultuur en identiteit.
De rechtbank had de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 21 mei 2024. Het hof bevestigt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van het kind, mede gezien de handelingsonbekwaamheid van de moeder en de ernstige zorgen over de thuissituatie.
Het hof oordeelt dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een wijziging van de verblijfplaats rechtvaardigen. Het kind is goed ingebed in het huidige pleeggezin en de gezondheid van de pleegvader vormt geen belemmering. Het belang van continuïteit en hechting weegt zwaarder dan het verzoek van de vader.
Het hof beveelt wel dat de gecertificeerde instelling blijft inzetten op het onderhouden van de familierelaties en culturele identiteit van het kind. De machtiging wordt bekrachtigd en het hoger beroep van de vader wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het verzoek van de vader tot wijziging van de verblijfplaats af.