[minderjarige] is een zeer kwetsbaar meisje. Uit het door [jeugdhulp organisatie] (waarvan [specialistische behandelgroep] onderdeel is) uitgevoerde psychodiagnostisch onderzoek (december 2021) is gebleken dat zij 24 uur per dag professionele begeleiding, controle en toezicht nodig heeft en dat de begeleidingsbehoefte van [minderjarige] meer vraagt dan wat een ouder een kind kan bieden.
Gebleken is dat de GI onlangs is gestart met een intensief maatwerktraject bestaande uit een (ambulant) ouder-kind traject bij [zorgverlener] om meer zicht te krijgen op de opvoed-vaardigheden van de moeder en een mogelijk thuisplaatsing van [minderjarige] . Ook krijgt [minderjarige] in dat kader sinds kort professionele ondersteuning door naschoolse dagbesteding om aan de doelen te werken die voor haar ontwikkeling van belang zijn.
Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof is het incident van 18 augustus 2023 aan de orde geweest, waardoor de vakantie van moeder en [minderjarige] vervroegd is beëindigd.
[minderjarige] is na de arrestatie van moeder (en haar partner) door de politie meegenomen en uiteindelijk teruggebracht naar haar groepsbegeleiding van [specialistische behandelgroep] . De zaak van de moeder is uiteindelijk geseponeerd, maar het gebeuren heeft, zo blijkt uit het verslag van [specialistische behandelgroep] , diepe indruk gemaakt op [minderjarige] . Met de GI heeft het hof zorgen over het feit dat de moeder een andere beleving heeft bij hetgeen zich heeft afgespeeld en is gerapporteerd door Veilig Thuis en [specialistische behandelgroep] en ook dat de moeder het lastig lijkt te vinden om in te zien welke impact deze gebeurtenis op [minderjarige] heeft.
Ondanks deze voor [minderjarige] ingrijpende gebeurtenis is de GI - na de beschreven zorgen met de moeder te hebben besproken waarbij de hulpverlening vanuit het ouder-kind traject ook op de hoogte is gesteld - uitvoering blijven geven aan het ouder-kind traject bij [zorgverlener] . Er zijn met de moeder wel aanvullende veiligheidsafspraken gemaakt betreffende de omgangsweekenden. Het hof begrijpt dat de moeder op dit moment goed meewerkt aan de doelen die de GI in het kader van de ondertoezichtstelling heeft gesteld en er elk weekend omgang tussen de [minderjarige] en de moeder plaatsvindt waarbij [minderjarige] bij de moeder overnacht.
Het hof is van oordeel, zoals de raad ook heeft overwogen in de voornoemde brief van 5 juni 2023, dat het van belang is dat er de komende maanden verder uitvoering wordt gegeven aan het door de GI opgestarte maatwerktraject, opdat er vanuit een voor [minderjarige] veilige en bekende omgeving stapsgewijs gekeken worden of een (volledige) thuisplaatsing van [minderjarige] mogelijk en haalbaar is.
Gelet op het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, is naar het oordeel van het hof een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk in het belang van [minderjarige] . Het hof begrijpt de zorgen die de moeder heeft ten aanzien van het verblijf van [minderjarige] in [specialistische behandelgroep] . Desondanks ziet het hof het belang van de voortzetting van dit verblijf, temeer nu gebleken is dat [minderjarige] daar voor een langer periode een vaste contactpersoon (mentor) heeft die, zo bleek op de mondelinge behandeling, met de moeder ook een goed contact heeft.