Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in een zaak van witwassen. De verdachte werd ervan beschuldigd op of omstreeks 30 oktober 2020 in Nederland een bedrag van €10.350,- te hebben overgedragen, wetende dat dit afkomstig was uit een misdrijf. De politierechter had de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken.
In hoger beroep oordeelde het hof dat slechts een bedrag van €10.000,- bewezen kon worden overgedragen en dat de verdachte wist dat het geld uit een misdrijf afkomstig was. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak de verdachte vrij van overige tenlasteleggingen. Het hof kwalificeerde het bewezenverklaarde als witwassen en benadrukte de ernst van dit delict vanwege de aantasting van de integriteit van het financiële verkeer.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met landelijke oriëntatiepunten, het justitiële verleden van de verdachte en haar persoonlijke omstandigheden, waaronder haar zorg voor het gezin. Het hof legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken op met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 100 uur, subsidiair 50 dagen hechtenis. Deze straf weerspiegelt de ernst van het feit en dient recidive te voorkomen.