De zaak betreft een hoger beroep van de rechthebbende tegen een beschikking van de kantonrechter die haar goederen onder bewind stelde met benoeming van een bewindvoerder. De rechthebbende verzocht vernietiging van deze beschikking en een nieuwe beslissing waarbij haar goederen niet onder bewind zouden worden gesteld.
Tijdens de mondelinge behandeling van het hoger beroep op 19 september 2023 trok de rechthebbende haar beroep in. Zij gaf aan ontevreden te zijn over de procedure bij de kantonrechter, maar tevreden over het bewind en de uitvoering daarvan door de bewindvoerder.
Het hof concludeerde dat de gronden van het hoger beroep niet langer worden gehandhaafd en verklaarde de rechthebbende niet-ontvankelijk in haar verzoek in hoger beroep. De beschikking van het hof is op 2 november 2023 in het openbaar uitgesproken.