De man en vrouw, die nooit samenwoonden, zijn ouders van drie minderjarige kinderen. De vrouw staat onder bewind vanwege haar gezondheid. De rechtbank had bij verstek bepaald dat de man €125 per kind per maand aan kinderalimentatie betaalt. De man ging in hoger beroep en verzocht om een lagere bijdrage, rekening houdend met zijn draagkracht en de behoefte van de kinderen.
Het hof overwoog dat de geboorte van het derde kind een wijziging van omstandigheden vormt die een herberekening rechtvaardigt. Het inkomen van de man is sinds het beëindigen van de relatie in 2019 gestegen en overstijgt het voormalige gezinsinkomen. Op basis van het netto besteedbaar inkomen van €2.492 per maand en de leeftijd van de kinderen werd de behoefte van de kinderen berekend op €548 per maand.
De man stelde dat hij aflossingen doet op schulden, waaronder een schuld aan DUO voor een inburgeringscursus, die ten laste van zijn draagkracht moeten komen. Het hof erkende dit en paste de draagkrachtformule aan, waardoor de man een draagkracht van circa €486 per maand heeft. Na aftrek van een zorgkorting van 15% resteert een bedrag van €134 per maand per kind.
Ondanks deze berekeningen wees het hof het hoger beroep van de man af, omdat hij niet slechter mag worden van zijn beroep en de rechtbankbeschikking niet hoger mag worden vastgesteld dan de reeds vastgestelde alimentatie. De bestreden beschikking werd bekrachtigd en de proceskosten werden gecompenseerd.