ECLI:NL:GHSHE:2023:3621
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- E.M.C. Dumoulin
- J.C.E. Ackermans-Wijn
- J.W.P.N. Hermans
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen op verzoek ondertoezichtstelling minderjarige wegens onvoldoende ernstige ontwikkelingsbedreiging
De moeder heeft in eerste aanleg verzocht om een ondertoezichtstelling van haar minderjarige kind, welke door de rechtbank Limburg is afgewezen. In hoger beroep heeft zij dit verzoek herhaald, stellende dat er sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging door het gebrek aan contact tussen haar en de minderjarige, loyaliteitsconflicten en ouderverstoting. Tevens maakte zij zorgen over het schoolverzuim van het kind en de weigering van de vader om mee te werken aan vrijwillige hulpverlening.
De vader betwistte deze stellingen en gaf aan dat het contact op het tempo van de minderjarige hersteld moet worden en dat er reeds hulpverlening plaatsvindt. De Raad voor de Kinderbescherming stelde dat er weliswaar zorgen zijn, maar dat deze momenteel in het vrijwillig kader kunnen worden aangepakt en dat er een lopend onderzoek is naar contactherstel.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 1:255 BW Pro een ondertoezichtstelling alleen kan worden uitgesproken indien er sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging die niet adequaat wordt weggenomen in het vrijwillig kader. De moeder heeft haar zorgen onvoldoende concreet en feitelijk onderbouwd, met name ten aanzien van schoolverzuim en het contact met de moeder. De minderjarige wenst rust en ruimte om het contact op eigen tempo te herstellen. Het lopende onderzoek van de raad kan, indien nodig, worden uitgebreid.
Het hof concludeerde dat niet is voldaan aan de wettelijke criteria voor een ondertoezichtstelling en bekrachtigde de beschikking van de rechtbank. Het hoger beroep van de moeder wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt de afwijzing van de ondertoezichtstelling wegens het ontbreken van een ernstige ontwikkelingsbedreiging.