ECLI:NL:GHSHE:2023:3655

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
1 november 2023
Publicatiedatum
3 november 2023
Zaaknummer
20-001259-22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 SrArt. 107 lid 1 Wegenverkeerswet 1994
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor opzettelijk gebruik van vals rijbewijs en overtreding Wegenverkeerswet

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, te weten een vals rijbewijs, en een overtreding van artikel 107 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. De politierechter veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 2 maanden en een geldboete van €350, subsidiair 7 dagen hechtenis. Tegen dit vonnis stelde verdachte hoger beroep in.

Het hof heeft het bewijs onderzocht en concludeert dat verdachte bewust was van de valsheid van het rijbewijs. Dit blijkt uit diverse afwijkingen aan het rijbewijs, zoals het ontbreken van basisbedrukking, het gebruik van print in plaats van lasergravure voor de pasfoto en gegevens, afwijkende fluorescentie, en het vermelden van niet-bestaande categorieën. Verdachte kon niet juist uitleggen waar de categorieën voor stonden en gaf aan het rijbewijs voor €300 te hebben gekocht zonder te specificeren bij welke instantie.

De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was om te bewijzen dat verdachte wist dat het rijbewijs vals was, maar dit verweer werd door het hof verworpen. Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter en legde dezelfde straf op. De uitspraak werd op 1 november 2023 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch uitgesproken.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf en een geldboete van €350 voor het opzettelijk gebruik van een vals rijbewijs en overtreding van de Wegenverkeerswet.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001259-22
Uitspraak : 1 november 2023
TEGENSPRAAK (279 Sv)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 7 juni 2022, in de strafzaak met parketnummer 03-042406-22 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van:
  • opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst (feit 1) en
  • overtreding van het bepaalde in artikel 107 lid 1 Wegenverkeerswet Pro 1994 (feit 2)
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden (feit 1) en een geldboete ter hoogte van € 350,-, subsidiair 7 dagen hechtenis (feit 2).
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden (feit 1) en een geldboete ter hoogte van € 350,-, subsidiair 7 dagen hechtenis (feit 2).
Door de verdediging is primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft de bewijsvoering.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
Bewijsoverwegingen
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de
feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Door de verdediging is aangevoerd dat het bewijs tekort schiet dat de verdachte wist dat het rijbewijs vals was.
Het hof overweegt als volgt.
Aan de hand van de bewijsmiddelen stelt het hof het navolgende vast:
  • Het onder de verdachte in beslag genomen rijbewijs vertoonde bij onderzoek een aantal afwijkende kenmerken, te weten:
  • Als categorieën staan op het rijbewijs vermeld A/A1/B/C1/C/BE/C1E/CE/F/G/M. Van enkele van deze categorieën weet de verdachte niet waar deze voor staan en duidt hij deze tijdens het politieverhoor verkeerd aan. Voorts is er ook sprake van een niet bestaande categorie.
  • Desgevraagd heeft de verdachte verklaard dat hij naar “een instantie” is gegaan om het rijbewijs te verkrijgen, zonder daarbij te vermelden welke instantie.
  • De verdachte heeft het rijbewijs gekocht voor € 300,-.
Gelet op deze omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de verdachte wist dat het rijbewijs vals was. Het ter terechtzitting door de verdediging overgelegde stuk maakt dit niet anders.
Om die reden verwerpt het hof het verweer van de verdediging.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigthet vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. O.M.J.J. van de Loo, voorzitter,
mr. M.L.P. van Cruchten en mr. A. Muller, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R.J. Gras, griffier,
en op 1 november 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.