Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- ‘opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, aanhef en onder A, van de Opiumwet gegeven verbod’ (ten aanzien van het primaire feit onder parketnummer 01-993317-18) en
- ‘opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, aanhef en onder A, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’ (ten aanzien van het primaire feit onder parketnummer 01-993239-19),
Pulp
(het hof begrijpt: de verdachte)mee bezig is en dat hij
(het hof begrijpt: de man)dat niet via hier hoeft te vertellen. Tevens stuurde de man een sms-bericht dat hetgeen hij wil vertellen verband houdt met de bak die hij
(het hof begrijpt: de verdachte)heeft opgestuurd en dat deze een groot probleem heeft. Kort na het telefoontje werd de verdachte gebeld door [medeverdachte] en in dat telefoongesprek refereerde de verdachte aan het gesprek met de man, waarbij de verdachte zegt dat hij op de bedrijfstelefoon is gebeld door een Belgisch nummer, dat hij die morgen ziet en dat hij
(het hof begrijpt: de man)wel alle toeters en bellen af heeft laten gaan. De verklaring van de verdachte (onder E), inhoudende dat hij dacht dat de gebruiker van het telefoonnummer hem wilde vertellen dat er een lading met slechte kwaliteit was geleverd, volgt naar het oordeel van het hof niet uit de inhoud van de gesprekken. De verdachte heeft in de gesprekken immers niet gevraagd of er iets met de kwaliteit van de lading aan de hand was en ook anderszins komt dat van de zijde van de beller niet aan de orde. Wanneer er een onduidelijk telefoontje komt met betrekking tot een ingevoerde zending ligt het in normale omstandigheden voor de hand om te vragen: “Wat is er mis?”, of: “Is er iets mis met de kwaliteit van de lading?”, mocht daaraan getwijfeld worden. Bovendien is er geen enkele reden om een gesprek over de kwaliteit van de zending niet over de telefoon te voeren. De verklaring van de verdachte (onder F), inhoudende dat het daaropvolgend gesprek met [medeverdachte] ging over voetbal en niet over verdovende middelen in de pulp, acht het hof tevens niet aannemelijk geworden. Een gesprek kan over meerdere onderwerpen gaan en het hof stelt vast dat in ieder geval één onderwerp in het telefoongesprek tussen de verdachte en [medeverdachte] de verdovende middelen in de lading pulp betrof.
Ananassen
Boekhouding [bedrijf 2]
Eindconclusie
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) jaren;
onttrekking aan het verkeervan het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een PGP-telefoon (Aquaris X).