Uitspraak
hierna te noemen: verzoeker,
advocaat: mr. E.B. Doganer te Amsterdam,
[B.V.] B.V.,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak diende het gerechtshof 's-Hertogenbosch een wrakingsverzoek van verzoeker tegen raadsheer A.J. van de Rakt te beoordelen. Verzoeker stelde dat de raadsheer tijdens de mondelinge behandeling van het hoger beroep een vooringenomen houding had aangenomen, onder meer door mimiek, lichaamshouding en bepaalde opmerkingen.
De wrakingsgronden betroffen onder andere de interpretatie van een ontslagbrief, de vraag waarom verzoeker een contract voor bepaalde tijd had ondertekend terwijl hij het daar niet mee eens was, en een opmerking van de raadsheer dat verzoeker 'dan maar moest gaan werken' nadat bleek dat hij loon niet had terugbetaald.
De raadsheer verklaarde dat zijn vragen en opmerkingen bedoeld waren om opheldering te verkrijgen over cruciale geschilpunten en verwees naar eerdere vragen van de voorzitter. De wrakingskamer oordeelde dat kritische bevraging geoorloofd is en dat de raadsheer niet onwillig was om naar verzoekers antwoorden te luisteren.
Hoewel de opmerking 'door te gaan werken' als enigszins ongelukkig werd beoordeeld, vormde deze geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid. De wrakingskamer concludeerde dat noch subjectief noch objectief sprake was van een gebrek aan onpartijdigheid en wees het wrakingsverzoek af. Het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen raadsheer Van de Rakt wordt afgewezen wegens onvoldoende aanwijzingen voor vooringenomenheid.