De betrokkene werd door de rechtbank veroordeeld voor medeplegen van de teelt van 1161 hennepplanten in twee kweekruimten gedurende de periode van juni tot oktober 2018. De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €106.913,88 en legde een betalingsverplichting op met een maximale gijzeling van drie jaar.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en het voordeel opnieuw geschat. Op basis van het rapport "Afpakken" en de ontnemingsrapportage werd het voordeel per kweekruimte berekend, rekening houdend met opbrengst, kosten, huurkosten en de betrokkenheid van medeplegers. Het hof achtte het voordeel voor de betrokkene voor de helft toerekenbaar, wat resulteerde in een totaal van €54.748.
Het hof matigde de betalingsverplichting naar €50.000 vanwege overschrijding van de redelijke termijn in zowel eerste aanleg als hoger beroep. De maximale gijzeling werd vastgesteld op 1000 dagen. De verdediging voerde verweren omtrent de hoogte van het voordeel en de toerekening, maar deze werden door het hof verworpen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 6 oktober 2023.