Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
P. Oronsaye met het tolkennummer 5226;
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen zijn gescheiden ouders met gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind, dat zijn hoofdverblijf bij de vader heeft. In het ouderschapsplan is een zorgregeling vastgelegd waarbij het kind in even weken twee nachten bij de moeder verblijft en in oneven weken drie nachten, en de rest van de tijd bij de vader. Over de keuze van de basisschool zijn partijen het niet eens geraakt, waarna de moeder een verzoek tot vervangende toestemming indiende bij de rechtbank.
De rechtbank verleende de moeder voorlopige vervangende toestemming voor inschrijving van het kind op haar voorkeursbasisschool, maar de vader ging hiertegen in hoger beroep. Het hof oordeelde dat de beschikking van de rechtbank een voorlopige aard heeft, waardoor het hoger beroep ontvankelijk is. Het belang van het kind vereist dat de feitelijke situatie zo min mogelijk wordt gewijzigd in afwachting van het raadsonderzoek.
Het hof vernietigde de beschikking voor zover deze aan de moeder vervangende toestemming verleende en verleende deze aan de vader voor inschrijving op zijn voorkeursbasisschool. Tevens stelde het hof een aangepaste voorlopige zorgregeling vast waarbij het kind doordeweeks bij de vader verblijft en in het weekend bij de moeder, met de vader verantwoordelijk voor het vervoer. De beslissing is voorlopig en laat de definitieve beslissing aan de rechtbank na het raadsonderzoek over.
Uitkomst: Het hof verleent de vader voorlopige vervangende toestemming voor inschrijving op zijn voorkeursbasisschool en stelt een aangepaste voorlopige zorgregeling vast.