Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[X holding B.V.] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[X Zonen B.V.],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[X B.V.]gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[Y B.V.]
[X beheer B.V.]
[X projecten B.V.]
[XY beheer B.V.]
[X exploitatie B.V]
[X ontwikkeling B.V.]
[Y ontwikkeling B.V.]
[X vastgoed B.V.]
1. Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/346968 / HA ZA 18-446)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep, het herstelexploot 30 mei 2022;
- het exploot van anticipatie ex art. 353 jo Pro. 126 Rv van SCAB van 3 juni 2022;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord;
- de mondelinge behandeling van 29 augustus 2023, waarbij partij [appellanten] spreekaantekeningen heeft overgelegd.
3.De beoordeling
Beste [persoon B] ,
Toelichting op werkzaamheden bij
- € 1.800 slechts akkoord indien niet voortvarend gewerkt kan worden.
€ 46.800,” en is daar een bedrag van “
€ 45.000,-” boven gezet.
Beste [persoon B]
Hierbij komen we op een totale afwijking van -/- € 1.664.252.(…)
Werkzaamheden inzake collegiaal overleg O2 accountants” ad € 1.222,50 excl. btw en “
Aangiften vennootschapsbelasting, totaalbedrag conform opdrachtbevestiging” ad
De afgesproken prijsstelling van onze (controle)dienstverlening is immers gebaseerd op een tijdige, juiste en complete aanlevering van de benoemde zaken.(…)”.
dat deze lijst van op te leveren gegevens niet uitputtend is en dat naar aanleiding van door ons uit te voeren controlewerkzaamheden eventueel nadere of aanvullende gegevens noodzakelijk kunnen zijn.(…)”. Gezien het gebrek aan onderbouwing van [appellanten] is bewijslevering, in het kader van haar betwisting, niet aan de orde. Gelet op het voorgaande behoeft het betoog van [appellanten] dat SCAB aan een eenmalige verhoging van de overeengekomen vaste prijs betreffende het boekjaar 2014 geen rechten voor de prijs die het boekjaar 2016 betreft kan ontlenen, geen afzonderlijke beoordeling.
heeft daar ter comparitie tegenover gesteld dat zij steeds (tijdig) de benodigde informatie heeft aangeleverd en dat SCAB te pietluttig en kritisch te werk is gegaan en dat zij in die zin haar eigen werk heeft gecreëerd.”
Gelet op voornoemd standpunt van SCAB dient beoordeeld te worden of vanaf 5 juli 2017 sprake is van meerwerk-werkzaamheden ter zake controle, waarbij beoordeeld dient te worden of er, gelet op de informatie die vóór genoemde datum door [appellanten] was verstrekt, voor SCAB als redelijk bekwaam en redelijk handelend accountantskantoor voldoende reden was om nog meer onderbouwing van de waardering van de onderhanden projecten te vragen (en te beoordelen), om aldus tot een goedkeuringsverklaring, althans een oordeel, te komen.(…).”
Naast andere werkzaamheden bestond een belangrijk deel van onze werkzaamheden uit het 70% contoleren van de onderhanden projecten. De controle vindt plaats aan de hand van de informatie die door [persoon F] is aangeleverd en aan de hand van ander informatie die mij bekend is geworden. Bij uitvoering van onze controle over 2016 in 2017 kwamen een groot aantal projecten tot (nagenoeg) afronding die in 2015 nog ‘onderhanden’ waren. Daarbij bleek dat eerdere inschattingen van [persoon F] sterk afweken van de realisatie. (…) Dit was voor ons ook een signaal om nog kritischer te zijn omtrent de waardering van de onderhanden projecten eind 2016, zoals opgenomen in de concept jaarrekening.
Het klopt dat wij dieper zijn gaan graven. Dit komt omdat er bij de eerste waarderingen al afwijkingen waren. Wij moeten proberen om zoveel mogelijk informatie te verzamelen om te kijken of de inschattingen juist zijn.(…)
Eigen beschouwing” punt 15, waarnaar ook de rechtbank in het eindvonnis van 15 december 2015 in rechtsoverweging 2.8 verwijst, staat: “
Initiële controle informatie en nadere vraagstellingen lieten zien dat er in potentie sprake was van waarderingsissues en vraagstukken over 2015 van circa € 1,6 miljoen (afgerond). Daarnaast waren er ook de nodige andere vraagstukken die de materialiteit te boven gaan in 2016. Hierbij kan gedacht worden aan het BTW vraagstuk en ook waarderingsvraagstukken (potentiële fouten en onzekerheden) die terecht aandacht hebben gevraagd ten behoeve van nader onderzoek.(…)”
Kern van het vraagstuk zoals dat ook in de besprekingen tijdens het onderzoek aan de orde is gekomen waren onder meer verschillen van inzicht over noodzaak van aanvullende vragen en controlewerkzaamheden in het kader van:
Twijfel over kwaliteit van het schattingsproces bij [appellanten] gelet
Resumerend moet ik concluderen dat ik geen onredelijke eisen en werkzaamheden heb geconstateerd in de aanpak en uitwerking van SCAB. Ergo dat de uitgevoerde werkzaamheden over het boekjaar 2016 noodzakelijk waren ten behoeve van een vaktechnische toereikende controle, het vervullen van een professioneel kritische instelling en het komen tot de ingrediënten voor een afgewogen oordeel rondom de verantwoording.(…)’.