Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/297209 / HA ZA 21-508)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met productie;
- de memorie van grieven met productie;
- de memorie van antwoord met productie.
3.De beoordeling
- het vonnis van 18 augustus 2021 onder zaaknummer / rolnummer 291013 / HA ZA 21-198 in zoverre vernietigd dat de man aan de vrouw (telkens) dient te betalen wat de vrouw aan de kopers betaalt of reeds heeft betaald in aflossing op het bedrag dat zij uit hoofde van het vonnis in verzet van 18 augustus onder zaaknummer / rolnummer 287241 / HA ZA 21-24 dient te betalen en dat de man de betaling dient te verrichten binnen 2 weken nadat de vrouw aan hem bewijs van haar betaling aan de kopers heeft verstrekt;
- het vonnis van 18 augustus 2021 onder zaaknummer / rolnummer 291013 / HA ZA 21-198 vernietigd voor wat betreft de veroordeling in de kosten en alsnog de kosten van de vrijwaringsprocedure gecompenseerd;
- het verstekvonnis overigens bekrachtigd en het meer of anders gevorderde afgewezen.
- Op grond van art. 6:10 BW Pro zijn de man en de vrouw verplicht de schuld te dragen voor het gedeelte dat hem/haar in de onderlinge verhouding aangaat. Betaalt een van hen meer dan het gedeelte dat hem/haar aangaat, dan heeft hij/zij voor het meerdere verhaal op de ander. In beginsel is iedere schuldenaar voor een gelijk deel draagplichtig, tenzij de wet hiervoor een oplossing biedt en dat is hier het geval.
- De overeengekomen boetebepaling tussen de kopers enerzijds en de man en de vrouw anderzijds is niet enkel bedoeld als prikkel tot nakoming, maar strekt ook tot vergoeding van de schade.
- Artikel 6:102 BW Pro biedt grondslag voor de vaststelling van de schade.
- De schade moet worden vastgesteld aan de hand van art. 6:101 BW Pro.
- Voldoende is komen vast te staan dat de volledige schuld van het niet leveren van de woning bij de man ligt. Hij is in de onderlinge verhouding met de vrouw dan ook de volledige boete verschuldigd.
manricht zijn eerste grief tegen de rechtsoverwegingen 4.3, 4.4 en 4.5 van de rechtbank. Volgens de man had de rechtbank moeten oordelen dat een andere verdeling uit de wet/rechtshandeling voortvloeit. Partijen waren ook maten in een landbouwmaatschap en de woning maakte deel uit van het ondernemingsvermogen van deze maatschap. Hoofdregel is dat gezamenlijk handelende schuldenaren voor gelijke delen zijn verbonden. Er zijn bij de totstandkoming van de schuld in de rechtsverhouding tussen de kopers en de maatschap van de man en de vrouw noch in de maatschapsovereenkomst noch anderszins afspraken gemaakt die afwijken van de hoofdregel. Hoofdelijkheid volgt ook niet uit de art. 7a:1679 BW en 7a:1680 BW die op de maatschap van toepassing zijn.
vrouwvoert verweer. Op de stellingen van de vrouw zal het hof voor zover van belang hierna ingaan.
hofoverweegt als volgt.
- dat het op zijn weg lag om te zorgen dat de spullen (hof: de roerende zaken van de huurder) werden opgeruimd, omdat hij op het moment dat het registergoed moest worden geleverd daarin verbleef en de vrouw elders was gehuisvest.
- dat hij een trekker had kunnen huren om het afval op te ruimen en geen reden had om niet te gaan opruimen, omdat zijn trekker bij de broer van de vrouw stond en deze de trekker niet wilde afgeven.
- dat hij elders woonruimte had kunnen huren zolang dat nodig was en geen reden had om niet tot levering van het registergoed over te gaan, omdat hij niet zijn intrek kon nemen in de woning aan [straatnaam] , omdat de vrouw daar nog woonde.
manlicht zijn grief, kort gezegd, als volgt toe:
vrouwvoert verweer. Op de stellingen van de vrouw zal het hof voor zover van belang hierna ingaan.
hofverwerpt de stellingen van de man. De vrouw heeft een onherroepelijke volmacht verleend om de levering van het registergoed tot stand te brengen. Daarmee heeft de vrouw aan haar verplichting in de koopovereenkomst om mee te werken aan de levering van het registergoed voldaan. De man zou zelf de akte tot levering ondertekenen en heeft dit geweigerd. Hierdoor is de levering niet doorgegaan en is de boeteclausule in werking getreden.