ECLI:NL:GHSHE:2023:3874

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
25 september 2023
Publicatiedatum
21 november 2023
Zaaknummer
20-002897-21
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging hoger beroep veroordeelde voor medeplegen drugshandel

In deze strafzaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg van 1 december 2021. De verdachte werd door de rechtbank veroordeeld voor meerdere feiten van medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet, zowel onder artikel 3 onder Pro B als onder artikel 3 onder Pro C. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 16 maanden, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis.

De verdachte stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep heeft het hof kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, die bevestiging van het vonnis vorderde, en van het verweer van de raadsman van de verdachte, die zich richtte op de strafmaat.

Het hof heeft zich verenigd met het vonnis van de rechtbank en de gronden waarop dit berust. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf werd door de rechtbank afgewezen en dat oordeel is niet gewijzigd. Het hof bevestigt het vonnis en de opgelegde straf. Het arrest is uitgesproken op 25 september 2023 door mr. A.M.G. Smit, voorzitter, mr. C.P.J. Scheele en mr. A.J.M. van Gink, raadsheren.

Uitkomst: Bevestiging van de gevangenisstraf van 16 maanden voor medeplegen van opzettelijke overtredingen van de Opiumwet.

Uitspraak

Parketnummer : 20-002897-21
Uitspraak : 25 september 2023
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 1 december 2021 met parketnummer 03-702694-17 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf onder parketnummer 03-098980-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,
wonende te [woonplaats] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het tenlastegelegde als feiten 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’ (feit 1), ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod’ (feit 2), ‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod’ en ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod’ (feit 3) alsmede ‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod’ (feit 4), de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De rechtbank heeft de vordering strekkende tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf afgewezen.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen.
Door de raadsman van de verdachte is een straftoemetingsverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust.

BESLISSING

Het hof:
bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door:
mr. A.M.G. Smit, voorzitter,
mr. C.P.J. Scheele en mr. A.J.M. van Gink, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S. van den Akker, griffier,
en op 25 september 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. A.J.M. van Gink is buiten staat dit arrest te ondertekenen.