Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/361637 / HA ZA 19-485)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord;
- de mondelinge behandeling van 21 juni 2023, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- de akte overlegging uitspraak en voortzetting van de procedure van de gemeente van 26 september met één productie;
- de akte uitlating voortzetting procedure van Brabant Water van 26 september, met twee producties.
3.De beoordeling
– voor zover van belang – het volgende bericht:
Indien wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling van opzegging, geldt dat de duurovereenkomst in beginsel opzegbaar is. Op grond van artikel 6:248 lid 1 BW Pro kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat. Die eisen kunnen voorts in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding.
- de gemeente wenst alle netbeheerders op dezelfde wijze te gaan behandelen;
- de gemeente wenst, mede als gevolg van de gewijzigde positie van de netbeheerders ten opzichte van de gemeente, een ander beleid te gaan voeren met betrekking tot (onder meer) het (ver)leggen van kabels en leidingen in gemeentegrond. Om concreet ruchtbaarheid te geven aan dit voornemen zal uiterlijk vanaf 1 maart 2017 een gewijzigde Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (hierna: “AVOI”) in werking treden. In verband met de AVOI zal daarnaast een beleidsregel worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders, waarin de voorwaarden staan waaronder nadeelcompensatie zal worden toegekend in het geval van een gedwongen verlegging;
- de gemeente wenst op dezelfde voet van alle netbeheerders precariobelasting te gaan heffen.
4.De uitspraak
- in eerste aanleg begroot op € 639,-- aan betaald griffierecht en € 1.689,-- salaris advocaat;
- in hoger beroep begroot op € 125,09 kosten dagvaarding, € 783,-- aan betaald griffierecht en € 2.366,-- salaris advocaat, te vermeerderen met nakosten, begroot op € 160,-- en te vermeerderen met € 60,-- in geval van betekening van het arrest,
een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente over deze proces- en nakosten bij niet voldoening binnen 14 dagen na deze uitspraak;