Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft het hoger beroep tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds november 2021 in een pleeggezin verblijft. De ouders zijn het niet eens met de verlenging voor de duur van één jaar en wensen een kortere termijn van drie maanden om een veilige woonomgeving te realiseren.
De gecertificeerde instelling (GI) voert aan dat de ouders niet voldoen aan de gestelde bodemeisen voor thuisplaatsing en dat de veiligheid en verzorging van de minderjarige onvoldoende zijn gewaarborgd. De GI benadrukt dat 24-uurs actieve zorg noodzakelijk is en dat een perspectiefbesluit is genomen om de minderjarige in een perspectiefbiedend pleeggezin te plaatsen.
Het hof oordeelt dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk blijft vanwege de ernstige ontwikkelingsbedreiging en het ontbreken van een veilige thuisplaatsing. Het hoger beroep is niet de juiste weg om het perspectiefbesluit aan te vechten. De beschikking van de rechtbank wordt daarom bekrachtigd en het verzoek tot afwijzing van de verlenging wordt afgewezen.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 2 augustus 2023.