Deze zaak betreft het hoger beroep van verzoeker tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 27 februari 2023, waarin zijn verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling met de minderjarige werd afgewezen. Verzoeker wilde tevens dat verweerster verplicht werd om periodiek een recente foto van de minderjarige te sturen.
De rechtbank had eerder een contactverbod opgelegd en een informatieregeling vastgesteld waarbij verweerster verzoeker minimaal eens per drie maanden informeert over de ontwikkelingen van de minderjarige. Verzoeker betoogde dat omgang in het belang van het kind is en dat het contact niet geforceerd mag worden, terwijl verweerster en belanghebbende stelden dat de minderjarige geen contact wenst en dat het niet in zijn belang is dit af te dwingen.
Het hof overweegt dat het traject van statusvoorlichting bij Stichting [stichting] heeft aangetoond dat contact alleen met begeleiding en in kleine stappen mogelijk is, en dat het tempo van de minderjarige leidend moet zijn. Omdat betrokkenen niet openstaan voor een dergelijk traject en de minderjarige zelf geen contact wenst, acht het hof het belang van het kind leidend en wijst het verzoek tot omgang af. Ook wijst het hof het verzoek om het sturen van foto’s af, gelet op de leeftijd en wens van de minderjarige.
De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en de proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd.