De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van circa 40,8 gram amfetamine en 42,6 gram MDMA. Hij kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf voor een eerder opgelegde voorwaardelijke straf.
In hoger beroep betwistte de verdediging de wetenschap en beschikkingsmacht van de verdachte over de drugs, evenals het voorwaardelijk opzet en de hoeveelheid drugs. Het hof stelde vast dat de drugs in een vrij toegankelijke kamer lagen, waar verdachte zicht op had, en dat hij samen met een medeverdachte die ook drugs gebruikte, gezamenlijk macht uitoefende over de middelen.
Het hof achtte het bewezen dat verdachte medepleger was van het bezit van harddrugs, kwalificeerde het feit als ernstig en hield rekening met zijn strafblad en persoonlijke omstandigheden, waaronder professionele hulp voor verslaving. Het legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand op met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 28 uur ter vervanging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf.
De eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf werd omgezet in een taakstraf vanwege overtreding van de proeftijd. De straf weerspiegelt de ernst van het feit en het belang van recidivepreventie, terwijl rekening is gehouden met de persoonlijke situatie van de verdachte.