Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
“6.3. het oordeel van de politierechter”, op pagina 5 van het vonnis.
9. De vordering tot herroeping v.i.”, pagina 6 e.v. van het vonnis.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Maastricht, waarin verdachte was veroordeeld voor het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie en de Opiumwet. De politierechter legde een gevangenisstraf van vier maanden op met aftrek van voorarrest en gelastte gedeeltelijke herroeping van een voorwaardelijke invrijheidsstelling.
De verdediging voerde verweren aan tegen de strafmaat en de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling, waaronder het standpunt dat de officier van justitie niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens vertraging. Het hof verwierp deze verweren en bevestigde de strafoplegging van de politierechter, die als passend werd beschouwd.
Met betrekking tot de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling oordeelde het hof dat deze onlosmakelijk verbonden is met de vervolging van het nieuwe strafbare feit en dat de vordering tijdig was ingediend. Het hof vernietigde echter het besluit over de herroeping en deed in dat onderdeel opnieuw recht, waarbij het gedeelte van de straf dat niet was ten uitvoer gelegd alsnog gedeeltelijk werd opgelegd voor de duur van 364 dagen.
Het hof wees de overige vorderingen af en bevestigde het vonnis van de politierechter, behoudens de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling die werd aangepast.
Uitkomst: Gevangenisstraf van vier maanden bevestigd en gedeeltelijke herroeping van voorwaardelijke invrijheidsstelling voor 364 dagen toegewezen.