ECLI:NL:GHSHE:2023:4150

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
14 november 2023
Publicatiedatum
12 december 2023
Zaaknummer
200.334.127_01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 513 SvArt. 515 lid 4 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek wegens ontbreken van gegronde wrakingsgronden en niet-ontvankelijkheid verzoekster

Verzoekster heeft op 3 november 2023 een schriftelijk wrakingsverzoek ingediend tegen de raadsheren die haar strafzaken behandelen. Dit verzoek bevatte geen concrete gronden die de onpartijdigheid van de rechters aantasten, zoals vereist volgens artikel 512 en Pro 513 van het Wetboek van Strafvordering.

De wrakingskamer heeft het verzoek zonder zitting behandeld en geconstateerd dat het verzoek sterk overeenkomt met een eerder wrakingsverzoek van verzoekster uit juli 2023, dat eveneens geen gegronde wrakingsgronden bevatte. Verzoekster is niet bijgestaan door een advocaat en lijkt onvoldoende op de hoogte van de vereisten voor een geldig wrakingsverzoek.

Op grond hiervan verklaart de wrakingskamer het verzoek niet-ontvankelijk en kennelijk ongegrond. Tevens wordt bepaald dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekster niet in behandeling zal worden genomen. De strafzaken worden voortgezet in de stand waarin zij zich bevonden ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek.

Uitkomst: Wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard en kennelijk ongegrond, met verbod op verdere wrakingsverzoeken.

Uitspraak

Wrakingskamer
Zaaknummer: 200.334.127/01
Wrakingsnummer: Wr 416-26-2023
Uitspraak: 14 november 2023
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van een wrakingsverzoek van het gerechtshof 's-Hertogenbosch
gegeven op het schriftelijke verzoek als bedoeld in artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingekomen ter griffie van het hof op 3 november 2023 in de zaken met de kenmerken [kenmerk 1] en [kenmerk 2] , ingediend door:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster.

1.Het procesverloop

1.1.
Verzoekster heeft op 3 november 2023 een schriftelijk wrakingsverzoek ingediend in de tegen haar lopende strafzaken met de hiervoor genoemde kenmerken.
1.2.
De drie raadsheren die de strafzaken tegen verzoekster behandelen, zijnde mrs. W.E.C.A. Valkenburg (voorzitter), G.C. Bos en M. van der Horst (hierna: de raadsheren) hebben de wrakingskamer laten weten niet in de wraking te berusten.
1.2.
De wrakingskamer heeft het wrakingsverzoek, zonder daaraan voorafgaande behandeling ter zitting, in raadkamer van 6 november 2023 behandeld.
1.3.
De wrakingskamer heeft daarna besloten dat zo spoedig mogelijk op het wrakingsverzoek wordt beslist.

2.De motivering

2.1.
Ingevolge artikel 512 Sv Pro kan ieder van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Op grond van artikel 513 Sv Pro moet het verzoek tot wraking zijn gemotiveerd (lid 2) en moeten alle aan het verzoek ten grondslag liggende feiten en omstandigheden tegelijk worden voorgedragen (lid 3).
2.2.
De wrakingskamer is ambtshalve bekend met eerdere correspondentie zijdens verzoekster waarin door de behandelend strafkamer een wrakingsverzoek (ingekomen ter griffie op 11 juli 2023, behandeld onder zaaknummer 200.306.985/01) werd gelezen.
In die correspondentie – die dezelfde of vergelijkbare stellingen bevat die in het onderhavige wrakingsverzoek worden genoemd – komt onder meer de zin voor
"Hoe kan u stellen, (mind fuck) dat ik geen wrakingsverzoek zou instellen tegen de Rechters van het hoger beroep, als de partijdigheid van Limburg en Den Bosch overduidelijk aanwezig is en bij het Hoger beroep de Rechters dezelfde informatie toegespeeld krijgen en inzage in de stukken die mij tot op heden worden geweigerd."
De wrakingskamer zag zich destijds, gelet op de correspondentie, genoodzaakt een zitting te beleggen teneinde van verzoekster te vernemen of zij met het door haar ingediende verzoek wel of niet de bedoeling heeft gehad om raadsheren van het hof te wraken in de zin van artikel 512 Wetboek Pro van Strafvordering. Verzoekster heeft tijdens die zitting uitdrukkelijk verklaard, zo blijkt uit het proces-verbaal van die zitting van 23 augustus 2023, dat zij (toen) geen raadsheren van het hof wenste te wraken.
2.3.
Verzoekster heeft op 3 november 2023 het onderhavige verzoek ingediend. Dat verzoek, dat in hoge mate vergelijkbaar is met het eerdere, op 11 juli 2013 ingediende verzoek, bevat (opnieuw) geen wrakingsgronden tegen de behandelend kamer. Voor zover er in het verzoek wel wrakingsgronden zouden kunnen worden gelezen, hadden die gronden naar het oordeel van de wrakingskamer, mede gelet op het eerder ingediende verzoek, (veel) eerder voorgedragen kunnen worden. In zoverre is het verzoek dus niet-ontvankelijk.
2.4.
Het lijkt erop dat verzoekster - die niet wordt bijgestaan door een advocaat - niet weet welke gronden tot een wraking van de behandelend rechter kunnen leiden. Het is de wrakingskamer bekend dat de behandelend kamer en ook de vorige wrakingskamer er bij verzoekster op hebben aangedrongen dat zij zich tot een advocaat zou wenden voor rechtsbijstand. De wrakingskamer herhaalt dit en dringt er bij verzoekster opnieuw op aan dat zij zich alsnog tot een advocaat wendt om zich ter gelegenheid van de zitting van 17 november 2023 te laten bijstaan.
2.5.
Gelet op het voorgaande is het wrakingsverzoek (eveneens) kennelijk ongegrond. De wrakingskamer zal het verzoek afwijzen. Aanleiding wordt gezien op de voet van artikel 515 lid 4 Sv Pro te bepalen dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling zal worden genomen.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek;
verstaat dat het wrakingsverzoek (voorts) kennelijk ongegrond is;
bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekster niet in behandeling zal worden genomen;
bepaalt dat de strafzaken tegen verzoekster worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevonden ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoekster, aan de raadsheren, aan de advocaat-generaal en aan de griffier van het hof (afdeling strafrecht).
Aldus gegeven te 's-Hertogenbosch op 14 november 2023 door mrs. J.W. van Rijkom (voorzitter), A.M.G. Smit en T.A. Gladpootjes, bijgestaan door mr. A.J. Anker, griffier.