Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] .
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de moeder, bijgestaan door mr. Lynen;
- de vader, bijgestaan door mr. Ruyters-Stevens;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
3.De beoordeling
.
voorlopigwekelijks plaatsvindt op de woensdag gedurende vier uur onder begeleiding van [instantie 3] . Gebleken is dat de daarvoor benodigde financiering reeds beschikbaar is en dat deze begeleiding per direct kan starten.
Indien de andere ouder niet met het verzoek instemt, wordt het verzoek ingevolge artikel 1:253c lid 2 BW slechts afgewezen indien:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of
b. afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
voorlopigeomgangsregeling in de tussenliggende periode voortduurt. Het hof zal daarom overeenkomstig beslissen.
4.De beslissing
voorlopigezorgregeling tussen de vader en [minderjarige] :
PRO FORMA 25 april 2024.