Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het verloop van het geding in eerste aanleg
3.Het geding in hoger beroep
- een journaalbericht van de zijde van de vrouw van 11 oktober 2023 met als bijlagen een begeleidende brief van diezelfde datum en “vermeerdering/wijziging verzoek tevens overleggen producties” (12 tot en met 14), ingekomen op 13 oktober 2023;
- een journaalbericht van de zijde van de man van 20 oktober 2023 met als bijlage een reactie op de namens de vrouw ingediende “vermeerdering/wijziging verzoek tevens overleggen producties”, ingekomen op 20 oktober 2023.
4.De feiten
5.De omvang van het geschil
rechtbank“de wijze van verdelen van de tussen partijen bestaan hebbende, op 26 juni 2020 ontbonden, huwelijksgoederengemeenschap vastgesteld” - voor zover voor deze zaak van belang - als volgt:
vrouwrichten zich - kort gezegd - tegen de beslissing over de huwelijksvermogensrechtelijke afwikkeling. Zij verzoekt, om bij beschikking voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
manheeft de grieven van de vrouw weersproken. Hij verzoekt, zo begrijpt het hof, bekrachtiging van de bestreden beschikking.
6.De motivering van de beslissing
vrouwricht zich tegen dit oordeel. Zij wil, samengevat, dat de voormalige echtelijke woning aan haar wordt toegedeeld. Primair dient toedeling volgens haar te geschieden tegen een waarde van € 430.000,--. Zij voert hiertoe aan dat zij sinds het vertrek van de man uit de woning alle “lasten” heeft voldaan. Subsidiair, als de peildatum voor de waardering de datum van verdeling is, dient toedeling aan haar te geschieden tegen een waarde van € 480.000,--. De vrouw is in staat toedeling van de woning aan haar te financieren. Naast de hypothecaire geldlening die zij daarvoor op basis van haar arbeidsinkomen kan verkrijgen, willen haar vader en partner ieder voor een bedrag van € 50.000,-- bijspringen. Daarnaast heeft de vrouw nog inkomsten uit de verhuur van paardenstallen van ongeveer € 20.000,-- per jaar.
mandaarentegen wil, verkort weergegeven, dat de woning wordt verkocht. Aan de vrouw is al meer dan voldoende tijd gegund om te laten zien dat zij toedeling van de woning aan haar daadwerkelijk kan financieren. Zij heeft dit tot op heden nagelaten. Ook de stelling dat zij van haar vader en partner geld kan verkrijgen voor de financiering heeft zij niet met stukken onderbouwd. Zou de woning al aan de vrouw worden toegedeeld, dan dient voor de waardepeildatum te worden aangesloten bij de datum van de verdeling.
hofoverweegt als volgt.
vrouwkan zich hiermee niet verenigen. Zij voert in haar grief het volgende aan. Partijen hebben gedurende het huwelijk geld van het transportbedrijf van haar vader (eenmanszaak) geleend, onder andere voor de aankoop van enkele loodsdeuren, de auto van het merk [auto] en een poort. Op 3 juli 2014 heeft de man namens hemzelf en de vrouw een schuldbekentenis ondertekend waarbij partijen aan de vader van de vrouw een bedrag aan hoofdsom groot € 41.409,02 schuldig verklaren tegen een rente op jaarbasis groot 6,5 %. De handtekening onder de akte is van de man afkomstig. De handtekening is gelijk aan de handtekening onder de arbeidsovereenkomst en de man heeft het bestaan van de schuld erkend tijdens een gesprek met een mediator en financieel adviseur (productie 10). Een termijn voor nakoming is niet overeengekomen. Inmiddels heeft de vader van de vrouw medegedeeld tot opeising over te zullen gaan. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw naar voren gebracht dat bij de gesprekken met de mediator en de financieel adviseur de totale schuld was opgelopen tot een bedrag van € 50.000,--, omdat er nog geld was geleend voor de aankoop van poorten voor de boerderij. Voor zover nodig biedt de vrouw bewijs aan door het horen van getuigen waaronder zijzelf als partij-getuige, haar vader, de man, dan wel door een deskundige. De schuld aan haar vader inclusief rente, thans € 68.268,18, kan aan haar “worden toegedeeld” onder de verplichting voor de man de helft ervan, zijnde een bedrag van € 34.134,08 aan de vrouw, te betalen.
manheeft de grief van de vrouw weersproken. Ter toelichting voert hij het volgende aan. Hij is niet bekend met een lening bij de vader. Hij heeft ook geen leenovereenkomst getekend. De auto van het merk [auto] is door de vader van de vrouw gekocht en altijd zijn eigendom gebleven. Partijen hebben op de peildatum geen schuld hebben aan (de eenmanszaak van) de vader van de vrouw. De vrouw toont niet aan dat van de door haar gestelde lening nog sprake is op de peildatum. De vrouw noemt verschillende bedragen; in haar grieven stelt de vrouw dat de schuld € 68.268,18 bedraagt, terwijl in de procedure in eerste aanleg volgens de vrouw de schuld € 41.409,02 bedroeg.
hofoverweegt als volgt.
vrouwheeft een taxatierapport d.d. 11 april 2022 in het geding gebracht, waaruit blijkt dat de [auto] op voornoemde datum een waarde vertegenwoordigt van € 1.401,--. Het hof begrijpt de grief van de vrouw aldus dat zij de [auto] toegedeeld wil krijgen tegen een waarde van € 1.401,--, waarbij zij uit hoofde van overbedeling aan de man zal voldoen de helft hiervan (€ 700,50). Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw over de peildatum naar voren gebracht dat “de auto moet worden gewaardeerd tegen nu en dat zij de auto gebruikt sinds partijen feitelijk uit elkaar zijn.
manheeft de grief van de vrouw weersproken. Hij voert het volgende aan. Sinds partijen feitelijk uit elkaar zijn (begin 2020) heeft de vrouw de auto in haar bezit en maakt alleen zij gebruik van de auto. Er moet worden uitgegaan van de waarde die de auto had begin 2020, dan wel op 26 juni 2020. De vrouw betwist niet dat de waarde van de auto begin 2020 dan wel op 26 juni 2020 € 4.000,-- bedroeg.
hofoverweegt als volgt.
vrouwheeft verzocht de man te veroordelen om aan haar als bijdrage aan de kosten van de huishouding een bedrag van € 20.804,38 te voldoen en om als bijdrage tot de uitgaven die door de vrouw ten behoeve van de gemeenschap zijn verricht een bedrag van € 5.381,28 te voldoen. De grondslagen van deze verzoeken zijn gelegen in art. 1:84 BW Pro en art. 3:172 BW Pro.
manverzoekt, verkort weergegeven, om deze verzoeken als onvoldoende onderbouwd af te wijzen.
hofoverweegt als volgt.