Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling
- [appellant] heeft zich tijdens de rolzitting van woensdag19 juli 2023 in de procedure van [eisende partij] (eisende partij) tegen [gedaagde partij] (gedaagde partij) met het zaaknummer 10561256 CV EXPL 23-2528 als gemachtigde van gedaagde partij [gedaagde partij] gepresenteerd. De kantonrechter heeft daarop mondeling aangegeven dat hij [appellant] niet als gemachtigde ziet, maar dat [appellant] wel het woord mag voeren.
- In de brief van de griffie van 31 juli 2023 aan [appellant] is het volgende geschreven:
juli 2023 in de hiervoor aangehaalde zaak als gemachtigde van gedaagde partij [gedaagde partij] . De kantonrechter heeft daarop mondeling aangegeven dat [appellant] weliswaar het woord mag voeren naast de achterliggende partij, [gedaagde partij] , doch niet zal worden toegelaten als gemachtigde in de zin van art. 80 Rv Pro.
2.De beoordeling
"deurwaarder houdt zich niet aan de wet"). Volgens [appellant] werd gedurende deze uitzending aandacht besteed aan de zorgplicht die deurwaarders volgens de Nationale Ombudsman zouden hebben en het gegeven dat veelvuldig te makkelijk werd omgegaan met het hanteren van wettelijke invorderingsmiddelen. Voorts kan volgens [appellant] verwezen worden naar de eigen oproepen van de deurwaarders om alert te zijn op oplichtingspraktijken (zie
https://www.janssen-janssen.nl/artikelen/oplichters-doen-zich-voor-als-deurwaarder). Volgens [appellant] waarschuwt dit vooraanstaand deurwaarderskantoor mensen om goed te onderzoeken of degene die voor hem of haar deur staat daadwerkelijk een deurwaarder is. Met het bovenstaande in het achterhoofd is derhalve ook niet langer te verdedigen dat de opmerking van [appellant] dat onderzoek dient te worden gedaan naar de deurwaarder volstrekte nonsens is, aldus [appellant] .
“ik zie u niet als gemachtigde”en heeft [gedaagde partij] daarop gereageerd dat hij [appellant] als gemachtigde wilde. Na de brief van de rechtbank en de beschikking waarvan beroep was het voor [appellant] pas duidelijk dat hij niet als gemachtigde was aangemerkt.
- [appellant] zich uitgeeft als juridisch deskundige hoewel hij in dat veld geen opleiding of ervaring heeft;
- [appellant] weinig bijdraagt aan een inhoudelijke (juridische) discussie en
- [appellant] in zijn eigen procedures de regels van fatsoen regelmatig heeft gebroken door – ondanks verbod – video- en/of geluidsopnames van zittingen en gesprekken met medewerkers op te nemen en op een website te plaatsen.
Maar naar het oordeel van het hof kom(t)(en) de reden(en) van weigering in de zaak [gedaagde partij] in de kern op hetzelfde neer, te weten dat:
- [appellant] zich presenteert als jurist hoewel hij op dat gebied geen juridische opleiding of enige relevante ervaring heeft;
- [appellant] in de onderhavige zaak van [gedaagde partij] geen zinvol (juridisch) inhoudelijk verweer heeft gevoerd en
- [appellant] in strijd met de fatsoensnormen heeft gehandeld doordat hij in het recente verleden in strijd met de regels opnames heeft gemaakt binnen het gerechtsgebouw te Maastricht en deze opnames openbaar heeft gemaakt.
“weinig bijdraagt aan een inhoudelijke (juridische) discussie”.
“weinig bijdraagt aan een inhoudelijke (juridische) discussie”ook een reden was om hem als gemachtigde in de zaak van [gedaagde partij] te weigeren. Dat deze reden voor [appellant] niet duidelijk was en dat hij daarom in de brief van 10 augustus 2023 volgens hem daarop niet is ingegaan, komt voor zijn eigen risico.
dat [deurwaarder](de deurwaarder, gemachtigde van eiseres)
niet koosjer acteert en wenst te weten welke deurwaarder de dagvaarding heeft uitgebracht. De kantonrechter heeft verwezen naar de schriftelijke weergave van de rechtbank Limburg en het op schrift gestelde verweer met bijlagen van [appellant] .
“een van de toeschouwers in het publiek (…), weliswaar in strijd met de regels binnen de rechtbank, deze rolzitting [heeft] opgenomen”. Volgens de kantonrechter heeft [appellant] deze opname ook via zijn sociale mediakanalen verspreid. Hij deed het daarbij voorkomen alsof een toevallige aanwezige de volledige zitting heeft opgenomen en dit vervolgens aan [appellant] heeft doorgespeeld. De kantonrechter vindt dit een onwaarschijnlijk verhaal, omdat elke rolzaak apart wordt behandeld en het toch enig doelbewust handelen en voorbereiding vergt om een hele zitting op te nemen. Maar dan nog is het [appellant] zelf die deze geluidsopname zonder toestemming en in strijd met de regels via zijn sociale media kanalen wereldkundig heeft gemaakt, aldus de kantonrechter. Weliswaar heeft [appellant] die betreffende posts inmiddels verwijderd, maar deze posts van [appellant] zijn volgens de kantonrechter door verschillende groepen die hem kritisch volgen overgenomen en gekopieerd en deze kopieën heeft hij dan ook niet kunnen verwijderen. Zodoende is het bestuur van de rechtbank Limburg ook op de hoogte gebracht van deze posts van [appellant] (zie de brieven van het bestuur aan [appellant] , producties 8 t/m 10). De kantonrechter heeft twee links gegeven in zijn inlichtingenbrief. Via de eerste link is het geposte geluidsbestand van de zitting te beluisteren en via de tweede link hoort men [appellant] volgens de kantonrechter zelf zeggen op een door hem zelf opgenomen videobestand dat hij dit toevallig ontvangen geluidsbestand inderdaad heeft gepubliceerd.