ECLI:NL:GHSHE:2023:4329
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling wegens opzettelijk handelen in strijd met Opiumwet na hoger beroep
In deze zaak stond verdachte terecht voor meerdere feiten, waaronder opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet. De rechtbank Oost-Brabant sprak verdachte vrij van één feit, maar veroordeelde hem tot twaalf maanden gevangenisstraf voor de overige feiten. Verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis, waaronder tegen de vrijspraak.
Het hof verklaarde het hoger beroep tegen de vrijspraak niet-ontvankelijk omdat de wet dat niet toestaat. Wel oordeelde het hof over de veroordeling en bevestigde deze, met een nadere motivering en aanvulling van de bewijsoverwegingen. Het hof verwierp de verweren van de verdediging, waaronder vormverzuim en onrechtmatig bewijs, en stelde vast dat de toestemming voor doorzoeking rechtsgeldig was gegeven.
Daarnaast hief het hof het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op, dat de rechtbank niet had opgeheven. De uitspraak bevestigt de straf en de eerdere beslissingen omtrent teruggave en verbeurdverklaring van goederen en geldbedragen.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf voor opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet; hoger beroep tegen vrijspraak niet-ontvankelijk verklaard.