ECLI:NL:GHSHE:2023:4402
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verwijzing naar begeleide omgangsregeling met BOR-traject voor minderjarige kinderen
In deze zaak gaat het om de omgangsregeling tussen een man en zijn twee minderjarige kinderen geboren in 2016 en 2018. Het hof heeft de Raad voor de Kinderbescherming verzocht onderzoek te doen naar de meest passende omgangsregeling en advies uit te brengen. De raad concludeerde dat contact in het belang van de kinderen is, maar dat vanwege zorgen over de veilige invulling van de omgang en de opvoedersrol van de man professionele hulpverlening noodzakelijk is.
Het advies van de raad is om de omgang te starten binnen een begeleide omgangsregeling (BOR) onder regie van een professionele instantie, waarbij de omgang op neutraal terrein plaatsvindt. Tevens is begeleiding voor beide ouders op het gebied van ouderschapsreorganisatie noodzakelijk, gericht op solo parallel ouderschap met respect voor elkaars opvoedingsrol.
Het hof heeft partijen de gelegenheid gegeven te reageren op het raadsrapport. De man stemt in met het advies, de vrouw heeft niet gereageerd maar stond eerder positief tegenover het advies. Het hof acht het in het belang van de kinderen dat de omgang voorlopig via het BOR-traject plaatsvindt en bepaalt dat de regie bij de professionele instantie ligt.
De beslissing op de omgangsregeling wordt aangehouden tot uiterlijk 1 november 2023, afhankelijk van de voortgang en rapportage van het BOR-traject. De raad wordt verzocht een rapportage in te dienen en eventueel aanvullend onderzoek te doen indien nodig. Partijen krijgen daarna gelegenheid schriftelijk te reageren, waarna het hof een definitieve beslissing zal nemen.
Deze beschikking is gegeven door het hof 's-Hertogenbosch en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2023.
Uitkomst: Contact tussen de man en de kinderen zal voorlopig plaatsvinden via een begeleide omgangsregeling onder professionele begeleiding, met aanhouding van verdere beslissing tot na evaluatie.