ECLI:NL:GHSHE:2023:544

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
10 februari 2023
Publicatiedatum
14 februari 2023
Zaaknummer
20-000895-22
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken van grieven in strafzaak eenvoudige belediging en vernieling

In deze strafzaak was verdachte in eerste aanleg veroordeeld door de politierechter voor eenvoudige belediging van een ambtenaar tijdens diens bediening en twee feiten van vernieling van eigendommen van een ander. De opgelegde straf bestond uit een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar, gecombineerd met algemene en bijzondere voorwaarden. Tevens werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

Verdachte stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat verdachte geen schriftelijke grieven heeft ingediend en ook mondeling geen bezwaren heeft geuit tegen het vonnis. De advocaat-generaal verzocht het hof om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens het ontbreken van grieven.

Het hof oordeelde dat zonder grieven het hoger beroep niet ontvankelijk is en dat er geen reden is om de zaak inhoudelijk te behandelen. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest werd uitgesproken door een meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 10 februari 2023.

Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van grieven.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000895-22
Uitspraak : 10 februari 2023
VERSTEK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 15 april 2022, in de strafzaak met parketnummer 02-256934-21 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
De politierechter heeft verdachte ter zake van:
-feit 1: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;
-feit 2: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;
-feit 3: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;
veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met een algemene en een aantal bijzondere voorwaarden.
Verder is de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 628,05 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 september 2021 tot aan de dag der algehele voldoening. De benadeelde partij is voor het overige gedeelte van de vordering niet ontvankelijk verklaard. Tevens is ter zake een schadevergoedingsmaatregel opgelegd met bepaling van het aantal dagen gijzeling dat kan worden toegepast bij niet betaling.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet ontvankelijk in het hoger beroep zal verklaren wegens het ontbreken van grieven.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het hof is van oordeel dat het door verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling (of via een gemachtigd advocaat) bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven en het hof niet van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door:
mr. G.C. Bos, voorzitter,
mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. O.A.J.M. Lavrijssen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.H.W. Van der Meijs, griffier,
en op 10 februari 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. O.A.J.M. Lavrijssen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.