De moeder is het niet eens met de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar dochter, een kwetsbaar meisje met een ontwikkelingsachterstand en hechtingsproblemen. De minderjarige verblijft sinds 2021 onder toezicht van de gecertificeerde instelling (GI) en is geplaatst in een jeugdhulpaccommodatie.
De moeder stelt voldoende opvoedcapaciteiten te hebben en wil met ambulante hulpverlening voor haar dochter zorgen. De GI erkent de medewerking van de moeder en breidt het contact uit, maar acht professionele 24-uursbegeleiding noodzakelijk vanwege de kwetsbaarheid van het kind. De GI zet niet meer in op thuisplaatsing en wil de minderjarige naar een gezinshuis in de buurt laten verhuizen.
Het hof overweegt dat een gedegen onderzoek naar de mogelijkheden van thuisplaatsing ontbreekt en dat terugplaatsing het uitgangspunt is. Gezien de kwetsbaarheid van het kind en het ontbreken van voldoende informatie over thuisplaatsing acht het hof verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk. Het verzoek van de moeder wordt afgewezen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.