Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,
7.Het verloop van de procedure
8.De beoordeling
deskundigewordt bepaald. Dat [appellant] daadwerkelijk de benoeming van een deskundige (in de zin van artikel 194 Rv Pro) voor ogen had, en niet een taxateur, blijkt niet alleen uit zijn spreekaantekeningen ten behoeve van de mondelinge behandeling op 6 februari 2019, waarin staat dat [appellant] de rechtbank verzoekt een onafhankelijke deskundige aan te wijzen om de waarde van de onroerende zaken te laten vaststellen, maar ook uit het proces-verbaal van die mondelinge behandeling. In dit proces-verbaal staat, geciteerd voor zover hier van belang:
merkt op:
nietvoor benoeming in aanmerking komen (taxateurs van):