Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Inleiding
2.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/365139 / HA ZA 19-696)
3.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties 1 tot en met 11;
- de memorie van antwoord en tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met productie 1;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep met producties 12 tot en met 25;
- de akte depot van 16 november 2022 waarin is vermeld dat ter griffie zijn gedeponeerd:
- de akte overlegging producties van 7 december 2022 van de zijde van de vrouw met de prod. 26 en 27;
- de akte overlegging producties van 7 december 2022 van de zijde van de vrouw met prod. 28;
- de mondelinge behandeling, waarbij de advocaat van de vrouw spreekaantekeningen heeft overgelegd.
4.De feiten
5.De omvang van het geschil
6.De motivering van de beslissing
rechtbankheeft als vaststaand aangenomen dat ‘door het overlijden van de vader tijdens het huwelijk van partijen de nalatenschap is opengevallen en sprake is van een (mogelijk) gemeenschappelijk goed’ (rov. 3.7.). Hiertegen keren zich de grieven van de vrouw.
vrouwhet volgende aan. De vader is in 2000 in Marokko verdwenen. De hele familie is nog altijd op zoek naar hem. Het is tot op heden onbekend wat er met hem is gebeurd. De vrouw weet niet of hij is overleden. De man is hiervan op de hoogte. De stelplicht en bewijslast van de stelling dat de vader op [datum] 2000 is overleden, rust op de man. De man heeft niet aan zijn stelplicht voldaan.
manheeft, samengevat, het volgende verweer gevoerd. Het heeft hem altijd zeer verbaasd dat de vrouw durft te stellen dat zij niet weet dat de vader in 2000 is overleden. De man weet niet anders dan dat de vader op [datum] 2000 in Marokko is overleden en dat hij daar ook is begraven. Hij weet dat omdat hij destijds met de vrouw samenleefde. Er is nooit enige twijfel over geweest dat de vader is overleden. Pas toen hij de erfenis van de vrouw heeft betrokken in de nadere verdeling van de huwelijksgemeenschap betoogde de vrouw, tot zijn grote verbazing, dat zij geen erfenis heeft verkregen, omdat niet vaststaat dat de vader is overleden. Het is in strijd met de waarheid dat de hele familie nog steeds op zoek is naar de vader. Dat blijkt ook daaruit dat de erfgenamen, waaronder de vrouw, in Marokko een verdelingsprocedure hebben gevoerd. Het vonnis van verdeling van 8 april 2013 van de rechtbank te Nador is voorzien van een apostille, waarmee in rechte vaststaat dat het vonnis authentiek is. Met de overgelegde overlijdensakte voorzien van een apostille is aangetoond dat volgens de bevoegde Marokkaanse autoriteiten de vader op [datum] 2000 is overleden. Het is aan de vrouw om te bewijzen dat dat niet zo is. De overgelegde documenten zijn van een familielid van de vrouw verkregen. Dit familielid wil uit respect voor de familieverhoudingen zijn naam niet bekendmaken en die wens dient te worden gerespecteerd.
hofoverweegt als volgt.