Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- ‘belaging’ (feit 1) en
- ‘gebruikmakende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig in een woning, een afbeelding vervaardigen’ (feit 2),
hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 april 2018 tot en met 20 maart 2019, te Weert en/of Eindhoven, althans in Nederland, en/of Lommel, althans in België, (telkens) wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] , in elk geval een ander, met het oogmerk die [slachtoffer] , in elk geval een ander, te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, door (telkens)
hij, op of omstreeks 2 november 2017 te Lommel, in elk geval in België, gebruik makende van een technisch hulpmiddel, te weten een (telefoon met) camera, waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, te weten [slachtoffer] , aanwezig in een woning en/of op een ander niet voor het publiek toegankelijke plaats gelegen op/aan [adres] , een video en/of afbeelding heeft vervaardigd.
Het proces-verbaal van aangifte, plaats delict: [adres] , d.d. 6 november 2018 met bijlage, dossierpagina’s 136-142, voor zover inhoudende de verklaring van aangeefster [slachtoffer] :
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 14 april 2019, dossierpagina’s 216-224, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] :
A: Op de dag dat dit filmpje werd gemaakt, heb ik voordat [slachtoffer] bij mij thuis kwam mijn telefoon op een kast in mijn slaapkamer neergezet en de opname gestart. Nadat [slachtoffer] bij mij thuis kwam zijn we uiteindelijk in de slaapkamer beland en hadden we seks. Ik heb [slachtoffer] verder niet specifiek in kennis gesteld van het feit dat de opname liep.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 juni 2019, dossierpagina’s 279-281, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden;
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;
€ 1.000,00 (duizend euro)ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 november 2017 tot aan de dag der voldoening;
€ 1.000,00 (duizend euro)aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 november 2017 tot aan de dag der voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 20 (twintig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;