ECLI:NL:GHSHE:2023:741

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
3 maart 2023
Publicatiedatum
7 maart 2023
Zaaknummer
20-001614-21
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 SrArt. 408 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens te late indiening van het hoger beroep

De verdachte was bij verstek veroordeeld door de politierechter wegens opzettelijk gebruik van een vals geschrift. Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld, maar dit gebeurde ruim na de wettelijk voorgeschreven termijn van veertien dagen. De advocaat-generaal verzocht het hof de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren vanwege deze termijnoverschrijding.

De raadsman van de verdachte voerde aan dat de overschrijding verontschuldigbaar was vanwege vermoeidheid en onduidelijkheid over de dagvaarding, mede doordat de verdachte de nacht voor de uitreiking op het politiebureau had doorgebracht. Het hof oordeelde echter dat de dagvaarding persoonlijk en met een Duitse vertaling was uitgereikt, zodat de verdachte voldoende gelegenheid had om kennis te nemen van de inhoud en juridisch advies in te winnen.

Het hof stelde vast dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was omdat geen bijzondere omstandigheden zoals psychische stoornis of gebrek aan vertaling waren gebleken. Daarom werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en werd het beroep afgewezen.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens te late indiening zonder verontschuldigbare omstandigheden.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001614-21
Uitspraak : 3 maart 2023
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 23 februari 2021, in de strafzaak met parketnummer 03-303518-20 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (voormalige [geboorteplaats] ) op [geboortedag] 1983,
volgens eigen opgave ter terechtzitting in hoger beroep wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst’ bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn hoger beroep, omdat het tardief is ingesteld.
De raadsman van de verdachte heeft bepleit dat de verdachte wegens een verontschuldigbare overschrijding van de termijn voor het instellen van hoger beroep kan worden ontvangen in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
De inleidende dagvaarding, waarbij de verdachte is opgeroepen om op 23 februari 2021 voor de politierechter te verschijnen, is op 30 november 2020 in persoon aan de verdachte uitgereikt. De voorzijde van de dagvaarding, waarop de datum, het tijdstip en de plaats van de terechtzitting staat vermeld, is ten behoeve van de verdachte door een tolk in de Duitse taal vertaald. Naar het oordeel van het hof was de verdachte derhalve bekend met de zittingsdatum van de politierechter van 23 februari 2021. Ter terechtzitting van 23 februari 2021 heeft de politierechter mondeling uitspraak gedaan en de verdachte bij verstek veroordeeld.
Onder voormelde omstandigheden had de verdachte, ingevolge het bepaalde in artikel 408, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, binnen 14 dagen na het op 23 februari 2021 gewezen vonnis van de politierechter hoger beroep moeten instellen. Namens de verdachte is evenwel pas op 30 juni 2021, en derhalve ruim na ommekomst van de hiervoor genoemde termijn van veertien dagen, bij akte tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Aldus is het hoger beroep tardief ingesteld, zodat de verdachte daarin in beginsel niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat deze termijnoverschrijding verontschuldigbaar is. Daartoe is in de kern aangevoerd dat de verdachte de nacht voorafgaand aan de uitreiking van de dagvaarding op het politiebureau heeft doorgebracht en aldaar slecht heeft geslapen. Wegens vermoeidheid had de verdachte de volgende dag, toen aan hem de dagvaarding werd uitgereikt
, (naar het hof begrijpt)niet de helderheid van geest om in voldoende mate te realiseren wat de (uitreiking van) de dagvaarding behelsde. In dat verband heeft de raadsman eveneens gewezen op de bijkomende omstandigheid dat de verdachte is gevraagd om een document met betrekking tot zijn fouillering te ondertekenen. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij was vergeten dat de dagvaarding aan hem was uitgereikt. De raadsman heeft daaraan desgevraagd toegevoegd dat zulks niet is te wijten aan een psychische stoornis bij verdachte of een geestelijke ziekte anderszins.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof stelt voorop dat de wet bepaalt in welke gevallen tegen een rechterlijke uitspraak een rechtsmiddel kan worden ingesteld en binnen welke termijn dit dient te geschieden. Die termijnen zijn van openbare orde. Overschrijding van de termijn voor het instellen van hoger beroep door de verdachte, zoals in het onderhavige geval, betekent in de regel dat deze niet in dat hoger beroep kan worden ontvangen. Dit gevolg kan daaraan uitsluitend niet worden verbonden, indien sprake is van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden welke de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn. In de jurisprudentie komen als bijzondere omstandigheden onder andere naar voren een psychische stoornis, opgewekt vertrouwen alsmede het ontbreken van vertaling.
Naar het oordeel van het hof levert hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht geen verschoonbare overschrijding van de termijn voor het instellen van hoger beroep op. Daarbij neemt het hof in het bijzonder in aanmerking dat de dagvaarding in persoon aan de verdachte is uitgereikt, met vertaling, zodat de verdachte in een later stadium alsnog, dan wel nogmaals, kennis had kunnen nemen van de inhoud daarvan en desgewenst advies had kunnen inwinnen. De gevolgen die voortvloeien uit de omstandigheid dat de verdachte dit heeft verzuimd, komen voor risico van de verdachte.
Nu van bijzondere omstandigheden niet is gebleken, is de termijnoverschrijding niet verschoonbaar. Dit leidt ertoe dat de verdachte niet in zijn hoger beroep kan worden ontvangen. Mitsdien zal hij daarin niet-ontvankelijk worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:
verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Aldus gewezen door:
mr. A.J. Henzen, voorzitter,
mr. J. Platschorre en mr. S. Taalman, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. T.S. Vos, griffier,
en op 3 maart 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Taalman voornoemd is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.