Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 6 augustus 2019 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- een akte overlegging producties zijdens [geïntimeerden] met één productie;
- het proces-verbaal van comparitie van 10 mei 2021;
- de memorie van grieven zijdens [appellanten] met één productie en tevens houdende een wijziging van eis;
- de memorie van antwoord zijdens [geïntimeerden] van 23 november 2021.
6.De beoordeling
“ [geïntimeerden] zal voor 1 januari 2018, zijnde een fatale termijn, aan [appellanten] een offerte overleggen met betrekking tot de financiering van de woning met een geldigheidsduur tot tenminste 1 februari 2018.
Indien deze offerte wordt overgelegd zal het perceel in onderling overleg kadastraal worden ingemeten in het bijzijn van de raadslieden en de [persoon] , indien deze daartoe bereid is. De kosten van de kadastrale inmeting zullen bij helfte worden gedeeld.
Partijen streven ernaar de levering van de onroerende zaak te laten plaatsvinden in januari 2018. Indien de kadastrale splitsing pas op een later tijdstip gerealiseerd kan worden vindt de levering zo snel mogelijk daarna plaats.
Indien bovenstaande afspraken zijn nagekomen zullen partijen royement van de procedure vragen binnen drie maanden na heden. Indien de afspraken niet worden of kunnen worden nagekomen zullen partijen voortzetting van de procedure vragen.”
- de tussen appellanten als verkopers en geïntimeerden als kopers gesloten koopovereenkomst d.d. 23 juni 2014 met betrekking tot de woning met toebehoren gelegen te [woonplaats] aan [adres] [huisnummer 1] en [huisnummer 2] , gedeeltelijk zal ontbinden, namelijk alleen met betrekking tot de koopprijs, welke koopprijs na gedeeltelijke ontbinding € 156.000,= (subsidiair: € 247.000,=) bedraagt, met veroordeling van gedaagden [het hof leest: geïntimeerden] hoofdelijk om aan [appellanten] . € 120.000,= (subsidiair: € 29.000,=) te betalen, te vermeerderen met wettelijke rente daarover per 8 mei 2020 (subsidiair: 26 juli 2018), althans per een door het gerechtshof in goede justitie vast te stellen datum;
- geïntimeerden hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten van beide instanties.