Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- mr. Metin, namens de moeder;
- de vader, bijgestaan door mr. de Bree;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad].
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank die haar het omgangsrecht met haar minderjarige kind ontzegde. De vader had verzocht om de zorgregeling te wijzigen en omgang met de moeder te ontzeggen, omdat omgang volgens hem het herstel van het kind zou belemmeren. De moeder wilde de omgang hervatten, al dan niet met opbouw, en stelde dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom ontzegging in het belang van het kind zou zijn.
Het hof heeft het belang van het kind centraal gesteld. Het kind volgt een EMDR-behandeling gericht op traumaverwerking en hechtingsproblematiek. Zowel de behandelaar als de Raad voor de Kinderbescherming adviseerden om het contact tijdens de behandeling niet te hervatten. Het hof oordeelde dat omgang op dit moment in strijd is met de zwaarwegende belangen van het kind en dat de ontzegging daarom terecht is. De ontzegging is niet in tijd beperkt omdat de duur van de behandeling niet concreet is.
De moeder kon tijdens de mondelinge behandeling niet worden gehoord vanwege gebrek aan contact. Het kind is wel gehoord en heeft zijn mening kenbaar gemaakt. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd omdat partijen een relatie hebben gehad en de procedure over hun kind gaat. Het hof wijst het beroep van de moeder af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontzegging van het omgangsrecht van de moeder met het kind en wijst het beroep af.